Geen zwaaiende wierookvaten

Eén van de eerste dingen die mij opvielen toen ik lid werd van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, was de soberheid van de kerkdiensten. Ik ben opgegroeid in de Rooms-Katholieke Kerk, met zijn uitgebreide en overdadige liturgie, waardoor er bijna elke zondag wel een pastoor of bisschop met een zwaaiend wierookvat het kerkgebouw rondging. Dit klinkt, merk ik nu ik het heb opgeschreven, een beetje denigrerend naar de Rooms-Katholieke Kerk toe, maar zo is het niet bedoeld. Ik houd van veel elementen van de Rooms-Katholieke traditie, alleen al omdat ze bij mij een sterk nostalgisch gevoel opwekken, een melancholiek terugverlangen naar de tijd van mijn jeugd, met zijn rituelen, gebruiken en kleur-, geur- en beeldrijke uiterlijke tekens van de innerlijke werking van het geloof. Geen kwaad woord dus over de Rooms-Katholieke liturgie. Ik ken grote delen van de traditionele Latijnse mis uit mijn hoofd, kan vol bewondering stilstaan bij een mooi vormgegeven heiligenbeeld en voor het Laudate Dominum KV 339 van Mozart mag je me ‘s nachts wakker maken.

In tegenstelling tot de eredienst in de Rooms-Katolieke Kerk hebben de kerkdiensten van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen een uitgesproken sober en praktisch karakter, waarbij het accent vooral ligt op de bediening van het avondmaal. Dat avondmaal bestaat uit simpel brood en water, dat door twee priesterschapsdragers wordt ingezegend door het uitspreken van een eenvoudig gebed. Vervolgens wordt het brood en water in eenvoudige plastic schalen en bekertjes rondgedragen door het kerkgebouw door andere priesterschapsdragers (in een andere blogpost zal ik uitgebreid ingaan op hoe het priesterschap in onze kerk is georganiseerd, ik volsta hier door op te merken dat wij het priesterschap zien als de bevoegdheid en macht die God aan mensen verleent om in Zijn naam te handelen, dat het priesterschap niet is voorbehouden aan de kerkleiders alleen of aan een beperkte clerus zoals in de Rooms-Katholiek Kerk en dat het priesterschap door handoplegging wordt overgedragen). Een kerkdienst ziet er grofweg als volgt uit: na een kort welkomstwoord door iemand van de bisschap spreekt een daartoe aangewezen persoon een persoonlijk gebed uit namens de hele gemeenschap, vervolgens wordt een lofzang gezongen, worden enkele bekendmakingen gedeeld en wordt het avondmaal ingezegend en bediend. Na het avondmaal houden twee of drie leden een toespraak over een Evangelie-onderwerp. Vervolgens wordt er weer gezongen en spreekt opnieuw een daartoe aangewezen persoon een slotgebed uit. Daarmee is wat wij noemen het “eerste uur” ten einde gekomen. Na een pauze van tien minuten volgt dan het “tweede uur”, waarin doorgaans lessen worden gegeven en groepsbijeenkomsten worden georganiseerd.

Dit alles vindt plaats in een kerkgebouw dat doorgaans de volgende indeling kent. De kapel, waar de meeste activiteiten zich plaatsvinden, bestaat uit een eenvoudige zaal zonder veel versieringen met vooraan een podium, een spreekgestoelte en een piano of orgel. Daarnaast zijn er in het kerkgebouw diverse klaslokalen voor lessen aan specifieke groepen, is er een ruime hal die ook gebruik wordt voor sport- en andere sociale activiteiten en ook een bescheiden keuken ontbreekt meestal niet. Wat opvalt is de afwezigheid van heilige voorwerpen, symbolische tekens of liturgische versieringen. Bij ons dus geen kruistekens, Mariabeeldjes of – inderdaad – zwaaiende wierookvaten. Alles is sober en functioneel en gericht op didactische activiteiten en/of geestelijke groei. Waarmee niet is gezegd dat er voor en na de kerkdienst geen tijd is voor gezelligheid en sociale contacten. Hierdoor zou ik de algehele kerksfeer eerder als gemoedelijk als plechtig bestempelen (met de kanttekening dat wij onze plechtigheid veelal bewaren voor het bedienen van het avondmaal en andere verordeningen en de échte plechtigheid is voorbehouden aan de tempel, waarover ook meer in een volgende blogpost).

In de paar jaar dat ik lid ben van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen ben ik in de gelegenheid geweest om op meerdere plekken ter wereld naar de kerk te gaan, en wat mij opvalt is dat de hierboven beschreven blauwdruk, van de kerkdienst en van het kerkgebouw, overal ter wereld terugkomt. Daarbij maakt het niet uit of je nu op Bali, in Peru, op Bonaire, in Rotterdam of in Breda naar de kerk gaat. Onze kerk is een sobere, maar strak georganiseerde kerk vanuit een filosofie die alle continenten omspant. Wij beschouwen onze Kerk als het Koninkrijk van God op aarde, waarvan de organisatie al vanaf het allereerste begin beperkt en eenvoudig is geweest. Waarmee niet is gezegd dat onze kerk zich niet dynamisch kan aanpassen aan de specifieke behoeften van bepaalde tijden of locaties. Wat verder opvalt is dat wij geen beroepsclerus kennen. Of je nu bisschop of ringpresident bent, je wordt geacht het kerkwerk zonder betaling daarvoor in de avonden of in het weekend te doen, met als enige drijfveer het verlangen om het Koninkrijk van God op aarde verder uit te bouwen.

Met alle waardering die ik heb voor de overdadige liturgie van bijvoorbeeld de Rooms-Katholieke Kerk, heb ik de eenvoudige organisatie van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen altijd als een verademing ervaren. Het is een organisatie die teruggaat naar de wijze waarop Jezus Christus zijn werk organiseerde, op een zodanig manier dat het evangelie onder meerdere volkeren gevestigd kon worden. Met Jezus Christus zelf als de hoeksteen van Zijn Kerk, die het Koninkrijk van God op aarde vormt. In onze kerk geven we niet alleen om onszelf, maar worden we geroepen om anderen te dienen. Samen vormen we het lichaam van Christus, waarvan Paulus in Korintiërs 12 verklaarde dat alle onderdelen van het lichaam even belangrijk zijn. De ogen, de handen, het hoofd, de voeten: het ene kan niet zonder het andere. Door met elkaar samen te werken in één wereldwijd georganiseerde kerk, worden we in staat gesteld om onze naastenliefde verder uit te bouwen. Daarnaast ontwikkelen we onze persoonlijkheid en onze talenten, lopen we tegen onze beperkingen aan om daarvan te leren en helpen we elkaar om de uitdagingen van het leven te kunnen aangaan. Onze kerk is geen plek waar perfecte Christenen bij elkaar komen, maar een plek waar onvolmaakte mensen samen proberen om boven zichzelf uit te stijgen, wat alleen maar mogelijk is gemaakt door het zoenoffer van Jezus Christus. Ik ben blij en dankbaar dat ik deel mag uitmaken van deze kerk.

Gepubliceerd door René van de Meerakker

Actuaris. Schrijver. Lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Plaats een reactie