Mysteries omtrent het boek Abraham

Het boek Abraham werd in 1842 gepubliceerd en maakt onderdeel uit van wat wij de Parel van grote waarde zijn gaan noemen, één van de heilige boeken van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Het verhaal in het boek Abraham komt voor een groot deel overeen met het verhaal over Abraham in de Bijbel, maar het verschaft belangrijke aanvullende informatie over het leven en de leerstellingen van Abraham. Ik wil het hier niet hebben over de inhoud van het boek Abraham, maar over de totstandkoming ervan, en de mysteries die erdoor omgeven zijn.

Het boek Abram begint met de volgende tekst:

Vertaald van de papyrus door Joseph Smith. Een vertaling van enkele zeer oude kronieken die in onze handen zijn gevallen, afkomstig uit de catacomben van Egypte. De geschriften van Abraham tijdens zijn verblijf in Egypte, het boek Abraham geheten, door hem eigenhandig op papyrus geschreven.

Joseph Smith verwijst hier naar oude kronieken, geschreven op papyrusrollen die hem “in handen zijn gevallen”. Voor de context van die gebeurtenis moeten we terug naar de inval van Napoleon in Egypte, zo’n slordige veertig jaar voordat Joseph Smith het boek Abraham vertaalde. Die inval van Napoleon was in militair opzicht weinig succesvol, omdat Napoleon al vrij snel door de Engelse admiraal Nelson in de pan werd gehakt in de Slag bij de Nijl. Napoleon vluchtte terug naar Frankrijk om daar de macht te grijpen. Maar het Egyptische avontuur van Napoleon zorgde er wel voor dat een aantal Europese wetenschappers en kunstenaars het tot dan toe onbekende Egypte in kaart ging brengen, waarbij vooral de piramides op hun grote belangstelling mochten rekenen. In heel Europa leidde de expeditie van Napoleon tot een grote Egypte-gekte, waar zelfs een officieel woord voor bestaat: egyptomanie. Europese huizen werden ingericht met meubels in Egyptische stijl en allerlei kledingstukken kregen een Egyptisch tintje. Ook de tulband raakte korte tijd in de mode. (In 1986 scoorden The Bangles een hit met hun nummer Walk Like an Egyptian. Misschien een verlate vorm van egyptomanie?)

De Egyptische heerser Mohammed Ali uit die tijd (niet te verwarren met de Amerikaanse bokser Muhammad Ali) werkte die egyptomanie maar al te graag in de hand in zijn drang om Egypte te moderniseren (lees: Europeser te maken). Hij wilde dolgraag van alle (in zijn ogen) oude troep en relieken af en verkocht ze voor een habbekrats aan geïnteresseerde buitenlanders. Hij wilde zelfs de Piramiden van Gizeh afbreken om de stenen ervan te gebruiken voor een dam op de Nijl, een plan dat gelukkig niet door is gegaan. Door deze drang om zich te ontdoen van Egyptisch erfgoed ontstond in hoog tempo een levendige handel in mummies, papyrusrollen enzovoorts. Deze verkwanselde mummies en papyrusrollen vonden snel hun weg naar de Europese musea. Via een Italiaanse handelaar in dienst van de Franse regering, Antonio Lebolo, vond een kleine collectie van Egyptische relieken (waaronder elf mummies en een handvol papyrusrollen) ook hun weg naar Amerika.

Vier van de Egyptische mummies en verscheidene papyrusrollen met daarop oude Egyptische teksten kwamen in Kirtland (Ohio) terecht, waar ze al snel de belangstelling trokken van Joseph Smith. Op zijn aandringen zamelden verscheidenen leden van de Kerk geld in om ze te kopen. Joseph Smith was al een tijdje geïnteresseerd in oude talen, waaronder Egyptisch. In 1835 begon hij met de vertaling van een aantal van de symbolen (hiërogliefen) en tot zijn vreugde ontdekte hij dat op één van de rollen de geschriften van Abraham stonden. Dat verklaart de hierboven aangehaalde tekst uit het boek Abram, vooral het “door hem (Abraham) eigenhandig op papyrus geschreven”. Joseph Smith ging door met vertalen en dit resulteerde in het boek Abram, zoals dit in 1842 werd gepubliceerd en in 1880 als onderdeel van de Parel van grote waarde werd gecanoniseerd.

We maken een sprong naar het jaar 1966. In dat jaar werden er elf fragmenten van de papyrusrollen die Joseph Smith in zijn bezit had ontdekt in de archieven van het Metropolitan Museum of Art in New York. Ze werden aan de Kerk gegeven en geanalyseerd door wetenschappers. Die kwamen tot de conclusie dat de teksten tussen 100 v.C. en 100 n.C. geschreven moesten zijn. En dat vormt een groot probleem als je je realiseert dat Abraham bijna tweeduizend jaar vóór Christus geleefd heeft. Kortom: Abraham kon de papyrusrollen nooit eigenhandig beschreven hebben.

Maar er was ook nog een ander probleem. Vóór het Boek van Abraham heeft Joseph Smith een replica van een afbeelding in de Parel van grote waarde laten opnemen. Deze replica ziet er als volgt uit:

Door de ontdekking van de fragmenten konden wetenschappers de hiërogliefen in kaart brengen die rond de afbeelding van de replica stonden. Deze hiërogliefen waren door Joseph Smith weggelaten en de wetenschappers kwamen erachter dat geen enkele van de hiërogliefen verwees naar Abraham of de gebeurtenissen uit het boek Abraham. De wetenschappers waren het erover eens dat de hiërogliefen niet overeenkomen met de vertaling van Joseph Smith van het boek Abraham. Er was geen consensus onder de wetenschappers over wat de hiërogliefen dan wél precies voorstelden. Ondertussen heeft nader onderzoek uitgewezen dat de papyrusfragmenten onderdeel uitmaakten van de dodenteksten die normaal gesproken bij mummies werden gelegd. Deze fragmenten worden gesitueerd tussen de derde eeuw v.C. en de eerste eeuw n.C., lang na de dood van Abraham.

Joseph Smith debunked? Voor veel critici van Joseph Smith is de problematische totstandkoming van het Boek van Abraham koren op hun molen. Niet alleen zijn de papyrusrollen veel jonger dan Abraham, en is dus de claim van Joseph Smith dat Abraham het Boek Abraham “eigenhandig” heeft geschreven niet langer houdbaar, maar ook lijkt de feitelijke context van de replica in het Boek Abraham niet overeen te komen met de voorstelling daarvan door Joseph Smith. En, zo redeneren de critici, als de herkomst van het Boek Abraham zo dubieus is, staat dan daarmee niet óók de authenticiteit van het Boek van Mormon op het spel? Valt het kaartenhuis hier niet mee in elkaar? Is Joseph Smith niet gewoon één grote fraudeur?

Veel sceptische mensen hadden (en hebben) hier problemen mee en ik moet eerlijk zijn: toen ik als nieuwsgierige onderzoeker het Boek van Mormon en de persoon van Joseph Smith aan het bestuderen was, deden ook bij mij de hierboven opgesomde feiten mijn wenkbrauwen meerdere keren in verwarring fronsen.

Inmiddels ben ik daar genuanceerder over gaan denken. Allereerst is het goed om ons te realiseren dat Joseph Smith nooit heeft beweerd dat de papyrusrollen autobiografisch waren, dat wil zeggen geschreven door Abraham. Hij heeft zelfs nooit beweerd dat ze uit de tijd van Abraham afkomstig waren. Volgens Joseph Smith was het boek Abraham ‘een vertaling van enkele zeer oude kronieken die in onze handen zijn gevallen, afkomstig uit de catacomben van Egypte, ogenschijnlijk de geschriften van Abraham, terwijl hij in Egypte was’ (Times and Seasons, 1 maart 1842). Het is gebruikelijk om het werk van een schrijver ‘zijn’ geschriften te noemen, ook als die geschriften niet zelf door hem zijn opgesteld. Ze kunnen zelf geschreven zijn, maar ook aan anderen gedicteerd, of het kan zijn dat anderen zijn geschriften later hebben overgeschreven. Oude kronieken worden vaak als kopieën of als kopieën van kopieën overgeleverd. De kroniek van Abraham kan dus heel goed bewerkt of geredigeerd zijn door latere schrijvers, net zoals door Mormon en Moroni is gedaan met de geschriften van oudere volkeren toen zij het Boek van Mormon samenstelden. In de loop van de geschiedenis zien we ook vaak dat documenten uit een bepaalde context later in een andere context of voor een ander doel worden (her)gebruikt. Het is heel goed mogelijk dat dit ook met de kroniek van Abraham is gebeurd. Afbeeldingen die oorspronkelijk gerelateerd waren aan Abraham, kunnen uit hun context zijn gelicht en honderden jaren later zijn gebruikt in begrafenisrituelen in het oude Egypte.

In dat kader is het ook relevant om even stil te staan bij de manier waarop Joseph Smith het Boek van Mormon vertaalde. Joseph Smith had belangstelling voor oude talen, maar hij heeft nooit beweerd dat hij tijdens het vertalen van het Boek van Mormon kennis had van de taal waarin het was geschreven. Hij kon het vertalen omdat God hem daartoe in staat stelde. Er is weinig bekend over het vertaalproces van het Boek van Mormon, maar het lijkt erop dat Joseph Smith tijdens de vertaling ervan niet eens naar de gouden platen keek. Hij gebruikte de zienersstenen Urim en Thummim. Het vertalen van het Boek van Mormon was dus geen vertalen in de traditionele zin, waarbij we er vanuit gaan dat de vertaler zowel de taal van de bron- als die van de doeltekst kent. Met betrekking tot de vertaling van het Boek van Mormon zei de Heer: ‘U kunt hetgeen heilig is niet schrijven tenzij het u van Mij wordt gegeven (Leer en Verbonden, afdeling 9, vers 9). In diezelfde afdeling van Leer en Verbonden leren we dat zowel intellectuele arbeid als openbaring essentieel zijn voor de vertaling van heilige verslagen. Het was nodig om het ‘in gedachten uit te vorsen’ en vervolgens geestelijke bevestiging te vragen. Volgens getuigenverslagen heeft Joseph Smith de papyrusrollen uitgebreid bestudeerd. Er zijn ook aanwijzingen dat Joseph Smith de tekens op de Egyptische papyrusrollen bestudeerde en probeerde de Egyptische taal te leren. In zijn dagboek schreef hij dat hij in juli 1835 ‘voortdurend bezig was met de vertaling van een alfabet voor het Boek Abraham, en met het samenstellen van een grammatica van de Egyptische taal uit de oudheid’. Wat deze grammatica met het Boek Abraham te maken heeft, is niet helemaal duidelijk. De grammatica strookt ook niet met de hedendaagse kennis van het Egyptisch. Ik geloof persoonlijk dat dit ‘uitvorsen’ ertoe heeft geleid dat Joseph Smith openbaringen ontving over belangrijke leerstellingen en gebeurtenissen uit het leven van Abraham, net zoals eerder gebeurd was toen hij tijdens het bestuderen van de Bijbel openbaringen over het leven van Mozes ontving. In dat verband is het niet langer relevant of de door God geleide vertaling door Joseph Smith letterlijk overeenkomt met de hiërogliefen op de papyrusrollen. Ik denk eerder dat de papyrusrollen als katalysator dienden, als een aanleiding tot overpeinzing en meditatie die uiteindelijk leidde tot openbaring.

De onduidelijke herkomst van het Boek Abraham versterkt mijn geloof eerder dan dat het mijn geloof verzwakt. In Abraham 3: 25 lezen we dat de Heer ons zal beproeven en ik denk dat de oorsprong van het Boek Abraham een onderdeel uitmaakt van die beproeving. We weten gewoon niet exact hoe het Boek tot stand is gekomen en dat is maar goed ook, want er moet wel wat te geloven over blijven. Niemand is zo ongelovig als de persoon die niet wíl geloven. Waarheid en onzekerheid hoeven niet tegenover elkaar te staan, maar kunnen hand in hand gaan als we onze keuzevrijheid gebruiken en ervoor kiezen om te geloven. Waarbij het nooit een gespreid bedje zal zijn; bij tijd en wijle zal het altijd schuren en wringen. Maar na zorgvuldige bestudering ligt het Boek Abraham mij inmiddels na aan het hart. De waarde ervan hangt dan ook niet zo zeer af van de historische achtergronden of fysieke bewijzen ervan, maar van de kracht van de inhoud – een inhoud die we slechts ten volle tot ons kunnen nemen als we het in serieus gebed overwegen.

De inhoud van het Boek Abraham is te uitgebreid om te bespreken in deze blogpost – daarover een andere keer meer. Ik volsta hier door te melden dat het een fascinerend boek is, en dat diverse elementen eruit perfect passen bij onze hedendaagse kennis van de oude wereld. Deze kennis was nog niet beschikbaar in de tijd van Joseph Smith. Zo weten we inmiddels dat het in de tijd van Abraham gebruikelijk was om mensen te straffen zoals in Abraham 1: 11-12 staat beschreven. Het Boek Abraham vermeldt ook ‘de vlakte van Olishem’, een benaming die niet in de Bijbel voorkomt. Pas in de twintigste eeuw werd een oud opschrift ontdekt dat melding maakt van de stad ‘Ulisum’, in het noordwesten van Syrië. Ook is Abraham 3: 22-23 geschreven in een poëtische vorm die typerend is voor talen uit het Nabije Oosten, maar die in negentiende eeuwse Amerikaanse geschriften zelden tot nooit voorkomt. Ook stemt het Boek Abraham tot in detail overeen met niet-Bijbelse (apocriefe) verhalen over Abraham die dateren uit dezelfde periode als de papyrusrollen. In facsimile 1 en Abraham 1:17 wordt melding gemaakt van de afgod Elkenah. Deze god komt niet voor in de bijbel, maar inmiddels hebben moderne wetenschappers ontdekt dat Elkenah deel uitmaakt van de goden die in het oude Mesopotamië werden aanbeden. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Zoals ik al zei: het is fascinerend.

Belangrijker dan al deze feiten is natuurlijk wat het Boek Abraham ons wil vertellen. En die inhoud is haast nog fascinerender dan de ontstaansgeschiedenis die ik hierboven uit de boeken heb proberen te doen (een tipje van de sluier: er is zelfs een link met de speciale relativiteitstheorie van Einstein). Daarover een volgende keer meer.

Gepubliceerd door René van de Meerakker

Actuaris. Schrijver. Lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Plaats een reactie