God en Zijn lichaam

Als gelovigen van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen geloven wij dat God de Vader en Zijn Zoon twee afzonderlijke personen zijn, die beiden een tastbaar lichaam hebben. Waarom wij dat geloven? Het eenvoudige antwoord is dat onze geschriften en onze profeten daarvan onomwonden en unaniem getuigen.

Het heeft echter lang geduurd voordat ik gewend was aan dat idee. Toen ik voor het eerst kennis maakte met de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, had ik namelijk een heel ander Godsbesef. God, dat was voor mij niet zozeer een persoon, als wel een allesbeheersende kracht in het universum, de oneindigheid zelf, een niet te bevatten abstractie. In mijn jeugd had ik wel eens plaatjes gezien van God de Vader: dat was dan een oudere man met een witte baard, een mythische figuur die op zijn hemelse troon tussen de wolken zat en beschikte over leven en dood. Dat Godsbeeld heb ik na mijn jeugd altijd beschouwd als een naïeve simplificatie van de werkelijkheid. God is haast per definitie niet te bevatten, zo dacht ik, dus elke voorstelling van Hem is gedoemd om te mislukken.

In veel religies wordt het lichaam gezien als iets tijdelijks, als iets waaruit de geest bevrijd moet worden. Pas na de dood is de geest daadwerkelijk vrij en wordt deze niet langer geketend door een onvolmaakt lichaam. Toch is, als je de Bijbel goed leest, die onvolmaaktheid van het lichaam niet vanzelfsprekend. Zo lezen we in Lucas 24:39 dat Jezus Christus enkele dagen na Zijn opstanding aan Zijn discipelen verschijnt en tegen hen zegt: “Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.” Daarna eet Jezus zelfs een stuk van een gebakken vis en van een honingraat om te bewijzen dat Hij een fysiek lichaam heeft. In Johannes 27 zegt Jezus tegen de ongelovige Thomas: “Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig.” Lichamelijkheid wordt hier niet neergezet als iets verwerpelijks, als iets dat overwonnen moet worden. Jezus bereikt na Zijn opstanding de volmaaktheid en blijkbaar hoort daar een tastbaar lichaam bij. Het is weliswaar een eeuwig en onvergankelijk lichaam, maar desalniettemin een lichaam.

Als Jezus in Zijn volmaaktheid een lichaam nodig heeft, waarom zou dat dan ook niet gelden voor Zijn Vader? In Genesis 1:26 staat geschreven: “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis” en ook in Exodus 33:11 staat: “En de HEERE sprak tot Mozes aangezicht aan aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt”. In beide gevallen wordt God neergezet als een werkelijk persoon. Ook op andere plaatsen in de Bijbel wordt God voorgesteld als een persoon, die over menselijke eigenschappen beschikt zoals liefde, medelijden en barmhartigheid. Als Jezus Christus de volmaaktheid bereikt met een lichaam, waarom zou Zijn Vader dan volmaakt zijn zonder lichaam?

Dat God menselijke eigenschappen bezit, betekent niet dat Hij niet ver boven ons verheven is. God heeft weliswaar een lichaam, maar Hij is ook almachtig, alwetend en alomtegenwoordig. Hij beschikt over een volmaakte kennis over de materie en de natuurwetten, waardoor Hij werelden kan scheppen en onze werkelijkheid naar Zijn hand kan zetten. Vergeleken met de oneindigheid van God zijn wij mensen uitermate beperkt, maar toch maakt de lichamelijkheid van God Hem meer benaderbaar en voelt Hij dichterbij dan wanneer Hij een kosmische abstractie zou zijn.

Als leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen beschouwen wij het hebben van een lichaam als een goddelijke eigenschap. Dat Satan en zijn volgers geen lichaam hebben, is het gevolg van de straf die God hen heeft opgelegd. Als mensen hebben wij een lichaam nodig om tijdens onze proeftijd op aarde vreugde te ervaren, beproevingen te ondergaan en vooruitgang te boeken. Het lichaam is niet slechts een omhulsel voor onze geest, zoals velen geloven. Ons lichaam is een onlosmakelijk onderdeel van onze ziel: zij zijn samen één. De wetenschap dat God een lichaam heeft en dat hij ons naar Zijn gelijkenis ook een lichaam heeft gegeven, bevreemdt mij niet langer, maar vervult mij met vreugde.

Gepubliceerd door René van de Meerakker

Actuaris. Schrijver. Lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Plaats een reactie