Zij gelooft in mij

Als een gelovige en een ongelovige met elkaar discussiëren over het bestaan van God, valt op dat het meestal de gelovige is die door de ongelovige in een hoek wordt gedreven en wordt uitgedaagd om met bewijs te komen dat God inderdáád bestaat. Dus jij denkt dat er een God is? Bewijs het maar! De bewijslast, met andere woorden, ligt bijna altijd bij de ongelovige. Terwijl je het ook heel goed zou kunnen omdraaien. Dus jij gelooft dat er géén God is? Kom maar op met je bewijs!

In het uitstekende en zeer lezenswaardige boek God bewijzen van Stefan Paas en Rik Peels betogen de auteurs dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat in God geloven een natuurlijke, gezonde en nuttige gewoonte is. Natuurlijk, omdat de meeste mensen van nature geneigd zijn om in God te geloven. Gezond, omdat gebleken is dat de meeste gelovigen er een gezondere levensstijl op nahouden en langer leven. Waarom zou je je daar als gelovige voor moeten rechtvaardigen? De criticus zou zich juist moeten rechtvaardigen, hetzij door aan te tonen dat geloven onnatuurlijk is en ongezonde en schadelijke gevolgen heeft, hetzij door aan te tonen dat het geloof in God op lucht is gebaseerd. Karl Marx noemde religie opium van het volk. Je zou met evenveel stelligheid kunnen betogen: atheïsme is opium van mensen die niet in God geloven.

Een atheïst die een godsgeloof onderuit wil halen, zo stellen Paas en Peels, lijkt op iemand die een stofzuiger wil verkopen. Zijn eerste poging zal zijn het aantonen dat de oude stofzuiger een gevaarlijk onding is. Is de stofzuigerbezitter daarvan niet overtuigd, dan zal de stofzuigerverkoper verlangen dat de klant bewijst dat de stofzuiger inderdaad goed werkt. Als dat óók niet lukt zal de stofzuigerverkoper inpraten op het gemoed van de klant door hem het gevoel te geven dat hij belachelijk is door met zo’n oude stofzuiger te werken, of dat ieder verstandig, hoogopgeleid mens inmiddels aan nieuwe types is verslingerd. Mensen zijn in het algemeen gevoelig voor dit soort verkopersretoriek, dus dat is een goede tactiek (zo weet iedere reclamemaker). Als de klant onwillend blijft, kan de verkoper een serieuzer register aanboren. Hij trekt rapporten te voorschijn, laat consumententests en wetenschappelijke resultaten zien, die allemaal aantonen dat de stofzuiger van de klant hopeloos verouderd is en elk moment kan bezwijken. Als de verkoper de klant daarvan kan overtuigen, is hij er nog niet. Hij zal niet alleen de oude stofzuiger moeten afkraken, maar ook moeten aantonen dat de nieuwe stofzuiger superieur is.

Er staat nog veel meer in het boek van Stefan Paas en Rik Peels, en ik kan iedereen aanraden om het te lezen. De toon van de schrijvers is nuchter, met de nodige humor, waarbij ze absoluut niet proberen om te drammen of zieltjes te winnen (Paas en Peels zijn beiden overtuigd Christen). Het boek noemt een aantal goede argumenten voor het bestaan van God en weerlegt de tegenargumenten wat mij betreft op overtuigende wijze.

Ik geloof dat het de filosoof René Descartes was die heeft beweerd dat je op louter rationele gronden maar beter in God kunt geloven. Bestaat er een God in het hiernamaals, dan zal Hij je met open armen ontvangen en zit je dus goed. Is er helemaal niets na de dood: jammer dan. Dan is het hooguit spijtig dat je zo vaak voor niets naar de kerk bent geweest.

Die benadering van Descartes is wel heel koel en calculerend. Religie kan natuurlijk nooit een beslisboom zijn die op basis van louter rationele overwegingen wordt ingevuld. Je zegt tegen je geliefde ook niet: alle opties overziend, lijkt het me de meest verstandige keuze om van je te houden. Ik denk in ieder geval niet dat je daar hoge ogen mee scoort op Valentijnsdag. Verliefdheid vereist overgave, en dat is bij religie niet anders. André Hazes zong het al:

Want zij gelooft in mij, zij ziet toekomst in ons allebei.

Wat je wél gelooft

Toen ik voor het eerst geïnteresseerd raakte in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, begon ik niet alleen te lezen in het Boek van Mormon, maar speurde ik ook het Internet af, op zoek naar informatie over deze Heiligen der Laatste Dagen en wat hen dreef. Ik kwam er toen achter dat er misschien wel net zo veel pro-mormoonse websites zijn als anti-mormoonse. Ja, u leest het goed: er zijn mensen die hele websites hebben opgezet met als doel om het ongelijk aan te tonen van de Heiligen der Laatste Dagen. In mijn zoektocht naar de waarheid heeft alles geholpen, dus ook het bestuderen van de anti-mormoonse websites, maar vreemd vond ik het wel. Ik heb nooit begrepen waarom sommige mensen zo fel zijn in het bestrijden van andere religies. Mijn devies is altijd geweest: draag uit wat je wél gelooft, in plaats van te bestrijden wat je niet gelooft. En ik heb altijd een hekel gehad aan al te dogmatische opvattingen. Dat is ook precies de reden geweest waarom ik georganiseerde religies het grootste deel van mijn leven links heb laten liggen.

De meeste aanhangers van een religie, en dat geldt ook voor de Heiligen der Laatste Dagen, geloven dat hun religie de ware religie is. Daar is op zich niets mis mee. Maar het gaat verkeerd als die volle overtuiging van je eigen geloof gepaard gaat met een gebrek aan respect voor mensen die iets anders geloven, of niet geloven.

Ik kan wel stellen dat ik, sinds ik lid ben geworden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, heb ontdekt dat er weinig religies zo tolerant zijn als deze Kerk. Dat komt omdat wij ons realiseren dat wij niet de enige mensen zijn, die zijn geïnspireerd door God. Ofschoon wij overtuigd zijn van de waarheid van onze kerk, geloven wij dat er waarheid schuilt in andere religies en filosofieën. Die open houding weerspiegelt zich ook in artikel 11 van onze geloofsartikelen: “Wij eisen het goed recht de almachtige God te aanbidden volgens de stem van ons eigen geweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen aanbidden hoe, waar of wat zijn willen.” Ik vond dat een verademing.

Wij geloven dat alle mensen kinderen zijn van onze Hemelse Vader, ongeacht hun geloof. Omdat wij weten dat er waarheid schuilt in andere religies, zullen wij die religies nooit als concurrenten beschouwen, of erger nog: als “verkeerd” bestempelen. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werkt dan ook veel samen met andere kerken, bijvoorbeeld tijdens de hulpverlening bij humanitaire rampen. Na de dodelijke aanslagen in Nieuw-Zeeland heeft onze kerk in 2019 ook geholpen om de beschadigde moskeeën te herbouwen en te renoveren. President Nelson zei bij die gelegenheid: “We zijn broeders.”

Wij geloven dat Gods heilsplan geldt voor niet-gelovigen en gelovigen, en ook voor mensen die nog nooit van Jezus Christus hebben gehoord. Wij geloven dat niet-gelovigen en mensen die tijdens hun leven nooit in aanraking zijn gekomen met Jezus Christus na hun dood de gelegenheid zullen krijgen om het Evangelie van Jezus Christus alsnog te leren kennen. En dat ze alsnog in de gelegenheid zullen worden gesteld om dat Evangelie te aanvaarden of te verwerpen.

Daarnaast realiseren wij ons heel goed dat wij niet alles weten! Sterker nog: er is misschien wel meer dat wij niet weten dan dat wij wél weten. Wij moeten ernaar streven ons geloof voortdurend te plaatsen in een bredere religieuze context, om te voorkomen dat we in een isolement leven en geloven. In een isolement is het namelijk moeilijk om te begrijpen waarom we geloven wat we geloven.

Dat alles brengt met zich mee dat we niet moeten oordelen of kritiek moet hebben op anderen. We leren dat we van iedereen moeten houden, ongeacht hun ras, geaardheid of religie. Als iemand vertelt over zijn geloof, dan probeer ik te luisteren in plaats van hem te overtuigen van zijn ongelijk. Als iemand ronduit zegt: ik heb gelijk en jij hebt ongelijk, dan blokkeert dat bij voorbaat de dialoog. En die dialoog is hard nodig. Om tot een goede dialoog te komen zullen we respect moeten hebben voor de mening van een ander, en zullen we moeten onderzoeken of er waarheid schuilt in die mening. Alleen dan kun je groeien door nieuwe ideeën te accepteren en oude los te laten.

Ik wil graag afsluiten met de woorden van onze profeet, Joseph Smith. Hij zei het volgende: “While one portion of the human race is judging and condeming the other without mercy, the Great Parent of the Universe looks upon the whole of the human family with a fatherly care and paternal regard; He views them as His offspring, and without any of those contracted feelings that influence the children of men.”

Een mooiere oproep tot tolerantie kan ik me niet voorstellen.

Leven in plaats van dood

Het was één van de eerste dingen die mij opviel toen ik voor het eerst een gebouw van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen binnenliep. Waar was het kruis? Er stond er geen op het dak en er hing er geen aan de muur. Ik was gedurende mijn leven al in heel wat kerkgebouwen geweest, maar waar ik ook kwam: overal hing wel een kruis als symbool voor de kruisdood van Jezus Christus. Toen ik nog Rooms-Katholiek was sloeg ik ook letterlijk een kruis voordat ik begon te bidden en als ik daarmee klaar was. Hetzelfde gold voor het binnentreden van een kerkgebouw, het passeren van een begrafenisstoet of het verdrijven van een kwade gedachte. Het slaan van een kruisje was vaak een instant uiting van eerbied voor het goede of remedie tegen het slechte.

Het antwoord op de vraag waarom leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen geen kruis gebruiken om kerken te versieren of een kruis slaan voor of na hun gebeden is simpel. Dit zou dan ook wel eens een korte blogpost kunnen worden.

Wij hebben niets tegen het gebruik van het symbool van het kruis. Alleen focussen wij ons liever op het leven en de opstanding van Jezus in plaats van op Zijn kruisiging. Het kruis is het wapen waarmee Jezus werd vermoord. Waarom zouden wij Zijn dood benadrukken, terwijl wij liever de levende Christus verkondigen? Wat er gebeurde aan het kruis, is belangrijker dan het symbool van het kruis. Juist omdat Jezus leeft, vinden wij dat wij het kruis niet moeten gebruiken als symbool van ons geloof. Niet meer en niet minder.

Maar er speelt ook nog iets anders. Mormonen komen niet uit een historische traditie waarin het gebruikelijk was om het kruis als symbool te hanteren. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen heeft puriteinse wortels en puriteinen waren van oudsher tegen overdadige ceremoniën en versieringen. Die sfeer van eenvoud en soberheid vind je nog steeds in onze kerk en ik vind dat persoonlijk wel prettig. Te veel decorum leidt alleen maar af van de essentie van een religie. Overigens zijn er ook bekende mormonen, zoals professor John Hilton III van de Brigham Young University, die vinden dat mormonen niet zo krampachtig het symbool van het kruis moeten vermijden, omdat het kruis wel degelijk het symbool van Christus Zijn liefde voor ons zou kunnen vertegenwoordigen.

Het is trouwens niet zo dat mormonen helemaal geen beelden gebruiken. Je hoeft maar naar een tempel te gaan om het indrukwekkende gouden beeld van de engel Moroni te zien dat bovenop prijkt. Dit is echter geen symbool van godsverering. Het beeld van Moroni symboliseert de verspreiding van het evangelie en de wederkomst van Jezus Christus. Mormonen geloven dat Moroni een profeet was uit het Boek van Mormon die vele eeuwen later, in 1823, aan Joseph Smith openbaarde waar hij de op gouden platen geschreven kroniek kon vinden die de geschiedenis van een oud volk op het Amerikaanse continent bevatte. Een volk dat bezocht werd door Jezus Christus na Zijn kruisdood.

Beelden en symbolen: laten we ze niet groter maker dan ze zijn. Uiteindelijk gaat het erom dat je een goed leven probeert te leiden om uitdrukking te geven aan je geloof. In Rotterdam zeggen we: geen woorden, maar daden. In dit verband zou je ook kunnen zeggen: geen symbolen, maar daden. Over de daden van onze kerk, in de vorm van een indrukwekkende staat van dienst op het gebied van liefdadigheid, vertel ik in een volgende blogpost graag meer.

Lang leve de appel!

De erfzonde is de zondigheid die alle mensen vanaf hun geboorte als het ware op hun voorhoofd krijgen gestempeld omdat het eerste mensenpaar, Adam en Eva, Gods gebod schonden door van de boom van kennis van goed en kwaad te eten. Dat is het bekende verhaal van de slang die Eva verleidde om een hapje van de appel te nemen. Vrijwel alle Christelijke kerken onderschrijven het leerstuk van de erfzonde. Vrijwel alle Christelijke kerken, behalve de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Het staat zelfs prominent in onze geloofsartikelen, helemaal aan het begin: “Wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding.”

Ik ben opgegroeid in de Katholieke Kerk en heb altijd veel moeite gehad met het leerstuk van de erfzonde. Net als met het uitvloeisel daarvan, de kinderdoop. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw moesten doodgeboren en dus ongedoopte kinderen van de Katholieke Kerk in ongewijde aarde worden begraven. De erfzonde was immers niet door de doop weggenomen. Ik heb dat altijd redelijk barbaars gevonden. Net als het idee dat de zielen van ongedoopte kinderen naar het voorgeborchte zouden gaan, in plaats van naar de hemel. Gelukkig schijnt Paus Benedictus XVI daar een aantal jaar geleden enige nuance in te hebben aangebracht.

Mijn ex-vrouw en ik hebben onze dochter Selina nooit laten dopen. Nu had ik een zeer christelijke collega op mijn werk die er net ná de aanslagen van 11 september 2001 van overtuigd was dat het einde der tijden was aangebroken. Selina was toen bijna twee jaar oud. Mijn collega wist dat Selina niet was gedoopt en op de dag na 11 september smeekte hij mij dan ook om haar alsnog te laten dopen, omdat ze anders niet in de hemel terecht zou komen. Zijn ongerustheid daarover was oprecht en goed bedoeld. Ik heb daarover hele discussies met hem gevoerd, maar mijn opvattingen bleven onwrikbaar. Net als die van hem, overigens. Ik waardeerde zijn bezorgdheid, maar ik zei ook: “Een God die kleine kinderen niet toelaat tot de hemel, dat kan mijn God niet zijn.”

Wat een verademing was het voor mij toen ik in aanraking kwam met het standpunt van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Mormonen geloven dat kinderdoop onnodig is, omdat kinderen onschuldig zijn en zonder zonde worden geboren. Pas als zij zo’n jaar of acht zijn, bereiken zij de jaren van verantwoordelijkheid en kunnen zij door Satan worden verleid. Dan pas zijn zij in de ogen van God verantwoordelijk geworden. Daarvóór hoeven zij zich dus niet te bekeren en hebben zij ook geen doop nodig.

In de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen draait het om keuzevrijheid, de eigen verantwoordelijkheid van de mens en de tegenstelling tussen goed en kwaad. Als die tegenstelling er niet zou zijn, dan zou het zelfstandig handelen van de mens (met alle verleidingen die daarbij horen) geen enkele zin hebben. In 2 Nephi 2:11 staat het prachtig verwoord: “… want er moet wel een tegenstelling in alle dingen zijn. Indien die er niet was… dan kon er geen rechtvaardigheid worden teweeggebracht, noch goddeloosheid, heiligheid noch ellende, goed noch kwaad. Dan moesten alle dingen wel een samengesteld geheel zijn; want indien het één geheel was, zou het wel als dood moeten blijven, en leven noch dood hebben, verderfelijkheid noch onverderfelijkheid, geluk noch ellende, gevoel noch gevoelloosheid.” En in vers 12 staat nog: “Dan moest het wel als een zinloos iets zijn geschapen en zou de schepping ervan zonder doel zijn geweest.”

Ik vind dat van een hamerende logica, die mij altijd zeer heeft aangesproken. Het verklaart ook prachtig waarom het kwaad in de wereld bestaat. Zonder het slechte, zou ook het goede niet als zodanig kunnen bestaan. Dan zou alles één grote brei zijn, zonder dat je kunt zeggen of iets goed of slecht is. God heeft ons het vermogen gegeven om het onderscheid te maken tussen goed en slecht en het is ónze verantwoordelijkheid om daarnaar te handelen. Kinderen moeten dat vermogen nog ontwikkelen, en daarom hoeven zij ook niet te worden gedoopt. In het Hof van Eden hadden Adam en Eva dat vermogen in eerste instantie ook niet. Pas mét de zondeval kwam het besef van goed en kwaad en de door God gegeven macht om daartussen te kiezen. Die zondeval maakte deel uit van het plan dat God met ons had. Daar valt nog veel meer over te zeggen, maar voor mij is de essentie dat we juist dankbaar moeten zijn met Gods plan en de eigen verantwoordelijkheid die Hij ons heeft gegeven. Lang leve de appel! Of dadel. Of banaan. Of wat het ook is geweest.

Nog een Bijbel?!

Foto door Pixabay op Pexels.com

Toen ik voor het eerst hoorde van het Boek van Mormon, was mijn eerste reactie: nog een Bijbel?! Waarom zouden we nóg een boek nodig hebben als we al de beschikking hebben over het Oude en Nieuwe Testament? Is daarin niet alles al gezegd? Is het niet aanmatigend, blasfemisch zelfs, om te veronderstellen dat de Bijbel niet genoeg is?

Laat ik beginnen met te onderstrepen dat de Bijbel een onmetelijk waardevol boek is, met als kern de beschrijving van de komst van Jezus Christus in het Nieuwe Testament. De komst van Jezus Christus is het hart van alle heilige Christelijke geschriften, het Boek van Mormon incluis. Jezus Christus schijnt als het ware Zijn licht op alle onderdelen van de Bijbel, zelfs op de meest donkere hoekjes daarvan. Het Oude Testament is bijna vier keer zo dik als het Nieuwe Testament, maar toch is het het Nieuwe Testament waar het allemaal om draait. Het Boek van Mormon zit qua dikte ergens tussen het Oude en Nieuwe Testament in, maar ook hier geldt: het is het Nieuwe Testament waar het om draait. Kortom: het Boek van Mormon is een aanvulling op de Bijbel, niet meer en niet minder. Ik heb het al eerder gezegd en ik herhaal het hier nogmaals: in het Boek van Mormon staat niets, maar dan ook helemaal niets dat haaks staat op de (essentie van de) Bijbel.

Het Boek van Mormon gaat over de verschijning van Jezus Christus op het Amerikaanse continent. De beschrijving van die verschijning is een prachtige aanvulling op alles wat er over het leven, de kruisiging en de opstanding van Jezus Christus is geschreven in het Nieuwe Testament. Het boek van Mormon heeft niet voor niets als ondertitel “eveneens een testament aangaande Jezus Christus”. Het cruciale woord is hier het woord eveneens. Dat onderstreept dat het hier om een aanvulling gaat.

Toch houd ik zielsveel van het Boek van Mormon en haal ik vaak meer voldoening uit het lezen ervan dan uit het lezen van de Bijbel (vooral van het Oude Testament). Voor mij persoonlijk heeft dat alles te maken met de totstandkoming van het Boek van Mormon.

De Bijbel is geschreven door mensen. Het wordt vaak aangeduid met het Woord van God, en in zeker zin is dat ook zo, maar dat betekent niet dat God rechtstreeks alle woorden uit de Bijbel heeft gedicteerd. Het is geïnspireerd door God, maar niet geschreven door God. Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld de Koran, waarvan moslims geloven dat het het letterlijke woord van God is. Ook het Boek van Mormon is geschreven door mensen. Maar er is een groot verschil met de Bijbel.

De Bijbel werd duizenden jaren geleden over een zeer lange tijdsspanne door verschillende mensen opgeschreven, vertaald en gekopieerd. Daarbij was het niet te vermijden dat er fouten werden gemaakt, belangrijke stukken werden weggelaten en zaken werden toegevoegd die er niet in thuis hoorden. Dat maakt de Bijbel vaak een verwarrend boek. De deïst Joseph Barker noemde de Bijbel in 1854 de meest inconsistente en godslasterlijke representatie van God en beweerde dat het boek zichzelf tegensprak en daarom qua waarheidsgehalte geen enkele autoriteit kon bezitten. Dat gaat mij veel te ver, maar wat die inconsistenties betreft had Barker natuurlijk wel een punt. Ook het feit dat er meerdere evangeliën zijn die eerst wel, maar later toch niet zijn opgenomen in de Bijbel (de zogenaamde apocriefen) maakt de situatie er alleen maar verwarrender op.

Joseph Smith zei zelf over de Bijbel: ‘Ik geloof in de Bijbel, zoals die door de oorspronkelijke schrijvers is opgeschreven. Maar onwetende vertalers, achteloze overschrijvers of samenspannende en verdorven geestelijken hebben veel fouten gemaakt.’

Hoe anders is dat bij het Boek van Mormon. Net als de Bijbel bevat het Boek van Mormon bijdragen van verschillende auteurs. Maar waar de Bijbel, en nu druk ik het heel oneerbiedig uit, een samenraapsel is van verschillende auteurs uit verschillende tijden met verschillende achtergronden, is het Boek van Mormon een chronologische verzameling dagboeken en geschiedkundige verslagen die van de ene op de andere schrijver zijn doorgegeven en alles bij elkaar zo’n duizend jaar bestrijken. Elke schrijver gaf het verslag door aan een persoon die hij vertrouwde (vaak van vader tot zoon). Zo ontstond een kroniek die veel consistenter is dan de Bijbel. Mormon was uiteindelijk de profeet die alle geschriften samenbracht en inkortte tot één boek: het Boek van Mormon. In 1823 werd Joseph Smith naar deze oude kroniek geleid, die hij vertaalde met behulp van goddelijke inspiratie.

Dit alles zorgt ervoor dat er een kracht en een authenticiteit uitgaat van het Boek van Mormon die wat mij betreft zijn weerga niet kent. Het Boek van Mormon ademt niet de sfeer van verminktheid en incompleetheid waar de Bijbel maar al te vaak onder lijdt. Maar de boodschap die wordt bezongen in het Boek van Mormon is dezelfde als de boodschap van de Bijbel. Op geen enkele plek disharmoniëren deze boodschappen met elkaar. Sterker nog, door het Boek van Mormon wordt mijn begrip en waardering van de Bijbel vergroot, en vice versa. Ik beschouw de krachtige boodschap van het Boek van Mormon dan ook als een schitterend cadeau van God aan de hele mensheid. Het getuigt in de eerste plaats van Jezus Christus, en hoe krachtig is die getuigenis!

De zeven eigenschappen van bekende Mormonen

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is een relatief kleine kerk. Wereldwijd heeft de kerk zo’n 16 miljoen leden. Dat betekent dat ruim 0,2% van de wereldbevolking mormoon is, afgerond circa 1 op de 500 mensen. Geen wonder dus dat ik zo weinig beroemde mormonen vond toen ik vol goede moed het Internet afstruinde, op zoek naar bekende mormonen. O zeker, er zijn lijstjes genoeg te vinden, maar de meeste namen op die lijstjes zeggen mij niets.

Enkele namen van mensen die mij wél iets zegden zijn: de auteur en managementgoeroe Stephen Covey, de Amerikaanse presidentskandidaat Mitt Romney, Bill Marriott (juist ja, van de hotelketen), de schrijfster Stephenie Meyer, bedenkster van de Twilight-serie, en de acteur Ryan Gosling.

Van die namen vind ik Stephen Covey de meest interessante. Covey was een Amerikaanse auteur, die in 1989 zijn beroemde bestseller The Seven Habits of Highly Effective People schreef. Dit boek heb ik meerdere malen gelezen en beschouw ik als één van de beste zelfhulpboeken die er zijn (niet dat ik ze allemaal heb gelezen). Ik raad het iedereen aan.

Ik vroeg mij of of ik kon stellen dat dit boek, met de kennis van nu, een “typisch mormoons” boek is. Voordat ik die vraag zal beantwoorden is het goed om even kort stil te staan bij de inhoud ervan.

Stephen Covey stelt in zijn boek dat vroeger (tot de Eerste Wereldoorlog) succes vanuit een principiële levenshouding vooral samen te vatten was in begrippen als nederigheid, integriteit, gematigdheid, trouw en geduld. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde dat en werd succes vooral vanuit een pragmatische levenshouding gemeten aan zaken als persoonlijke prestaties, vaardigheden en status.

Covey beweert dat blijvend succes alleen mogelijk is door zeven eigenschappen na te streven. Die zeven eigenschappen zijn:

  1. Een proactieve levenshouding hebben;
  2. Doelgericht handelen (beginnen met het einde voor ogen);
  3. Prioriteiten stellen;
  4. Streven naar gezamenlijk profijt (win-win);
  5. Aandacht hebben voor de belangen van een ander (empathie);
  6. Profijt halen uit verschillen (synergie);
  7. Voldoende rust nemen en ontspannen (Covey noemt dat “de zaag scherp houden”).

Natuurlijk is er nog veel meer te zeggen over dit boek, maar in essentie is dit het wel zo’n beetje. De vraag is nu of dit religieuze (of meer specifiek: mormoonse) grondbeginselen zijn. Covey steekt in interviews zijn geloofsovertuiging niet onder stoelen of banken. Hij leefde in Utah en had negen kinderen en maar liefst 52 kleinkinderen (veel mormonen hebben veel kinderen). Je zou kunnen zeggen dat zijn publicaties duidelijk gebaseerd zijn op een traditionele, Christelijke ethiek. Toch zegt hij daar zelf het volgende over: “Het laatste wat ik wil, zijn discipelen. Laat iedereen maar een discipel van die principes zijn. Die zeven eigenschappen zijn op universele normen en waarden gebaseerd. Geen enkele daarvan is door mij uitgevonden. Je vindt ze in alle belangrijke wereldgodsdiensten en humanistische filosofieën terug. Ook gewetensvolle atheïsten en gnostici handelen ernaar. Net zoals het praktiseren van een godsdienst geven ze steun. Mijn theorie is niet religieus van aard. Ik probeer met mijn boeken en organisatie te bereiken dat mensen meer balans vinden in hun leven en werk.

Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Ik heb begrepen dat er in de Verenigde Staten Christenen zijn die hun diepe bezorgdheid uitspraken toen zij erachter kwamen dat hun kinderen op Christelijke scholen het boek van Covey moesten lezen. Op die manier zou hun geest geperverteerd worden door de mormoonse doctrine. Dat lijkt mij persoonlijk sterk overdreven. Ik vind het juist goed dat Stephen Covey zijn normen en waarden zo opschrijft dat ze cultuur en religie overstijgen. Ik vind The Seven Habits of Highly Effective People dan ook beslist geen “typisch mormoons” boek. Wel zou je een hele boom kunnen opzetten over de overeenkomsten tussen de beginselen van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en de zeven eigenschappen van Covey. Dat is misschien iets voor een andere blogpost.

De Trooster

De grootste verandering die ik in mijn leven heb gevoeld sinds ik lid ben geworden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, is veroorzaakt door de Heilige Geest. Ik had van te voren niet kunnen vermoeden dat die verandering zó groot zou zijn. Ik voel mij letterlijk herboren. Sinds ik door handoplegging de gave van de Heilige Geest heb ontvangen (dit wordt ook wel de doop door vuur genoemd) voel ik mij onnoemelijk veel kalmer. Alle frustratie lijkt uit mijn leven te zijn verdwenen. Ik vertrouw meer op mijn intuïtie, neem de dingen zoals ze komen en leef in de rustgevende zekerheid dat God het beste met mij voor heeft en dat ik altijd gesteund word.

De grondlegger van onze kerk, Joseph Smith, heeft gezegd dat je net zo goed een zak zand kunt dopen als op de doop niet de vergeving van zonden volgt en de Heilige Geest niet wordt ontvangen. De doop in water is slechts een halve doop en stelt niets voor als niet óók de andere helft, namelijk de doop met de Heilige Geest, plaatsvindt.

Net als andere christenen geloven Heiligen der Laatste Dagen in God de Vader, in zijn zoon Jezus Christus en in de Heilige Geest. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Katholieken geloven de Heiligen der Laatste Dagen echter niet in de heilige Drie-eenheid. De Drie-eenheid houdt in dat God zich op drie verschillende manieren manifesteert. De Heiligen der Laatste Dagen geloven dat God de Vader, zijn zoon Jezus Christus en de Heilige Geest drie afzonderlijke personen zijn, die wel één doel hebben. Daarbij wordt de Heilige Geest beschouwd als een persoon zonder lichaam, die alomtegenwoordig is. Hij geeft ons persoonlijke kracht en stelt ons in staat om anderen op te beuren en te steunen in moeilijke tijden. Hij getuigt ook van Jezus Christus en zorgt ervoor dat mensen een getuigenis kunnen ontvangen over de waarheid van het Evangelie, zoals ik zelf heb mogen ervaren.

Overigens werd de doctrine van de Drie-eenheid, ook wel triniteitsleer genoemd, pas rond de vierde eeuw na Christus geïntroduceerd. Dat ging gepaard met veel onenigheid en geredetwist. In de Middeleeuwen beschouwde men God als een mysterie, net als de Drie-eenheid. Heiligen der Laatste Dagen geloven iets anders, namelijk dat het de bedoeling is dat wij Gods wezen en onze relatie tot Hem ooit zullen begrijpen. Wij geloven dat mensen vóór onze geboorte bij Hem hebben gewoond en na onze dood weer bij Hem zullen terugkeren. Daarbij is het Gods oogmerk en ons hoogste doel dat wij overeenkomstig onze goddelijke natuur als Hem worden, zoals Hij ons ook naar Zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen.

Maar genoeg over de Drie-eenheid. Terug naar de Heilige Geest. Je hoeft niet gedoopt te zijn om de kracht van de Heilige Geest te voelen. De Heilige Geest zal ons aansporen om goede dingen te doen door in ons hart en in onze gedachten tot ons te spreken. Je zou dat intuïtie kunnen noemen. Voordat ik werd gedoopt heb ik enige tijd getwijfeld of ik deze belangrijke stap wel wilde nemen. Ik was onder de indruk van het Boek van Mormon en wist diep van binnen dat dit boek niet verzonnen kon zijn. Dat laatste betekende dat de Heilige Geest mij tijdens het lezen zachtjes heeft ingefluisterd dat ik over de waarheid aan het lezen was. Toch aarzelde ik nog. Ik had mezelf wijsgemaakt dat ik mij pas kon laten dopen als ik voor de volle honderd procent wist dat er een God is, dat Jezus Christus bestaat. Eerst zien, dan geloven. Toen greep de Heilige Geest in. Hij fluisterde mij in dat ik niet op een teken van God moest wachten, maar dat ik God juist moest laten weten dat ik hém vertrouwde. Hij plantte een beeld in mijn gedachten van een jongetje dat zich achterover liet vallen in de armen van zijn vader, zonder dat dat jongetje omkeek. Kortom: het jongetje vertrouwde op zijn vader zonder de volledige zekerheid dat zijn vader hem zou opvangen. De Heilige Geest spoorde mij aan om als dat jongetje te zijn. Die gedachte was zó krachtig dat ik vanaf dat moment nooit meer heb getwijfeld. En de Heilige Geest was op dat moment zo sterk aanwezig dat ik Hem haast kon aanraken.

De Heilige Geest kan ons helpen en de leiding nemen als we het moeilijk hebben in ons leven. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat Hij bijna nooit panklare oplossingen zal aanreiken. Als we problemen hebben, is het dan ook beter om niet aan God te vragen die problemen op te lossen, maar in plaats daarvan te vragen wat wij moeten doen om dichter bij de oplossing te komen. Het is op die momenten dat de Heilige Geest ons suggesties influistert, mits we geleerd hebben om naar Zijn stem te luisteren.

De duif staat symbool voor de Heilige Geest. Veel mensen zullen het bijgeloof noemen, maar ik zal nooit vergeten hoe niet lang na het overlijden van mijn moeder plotseling een duif mijn huis binnen kwam vliegen. Voor mij is dat een teken van de Heilige Geest, die mij liet weten dat ik weliswaar mocht treuren om mijn moeder, maar mij ook op het hart drukte dat ik haar ooit weer terug zou zien. Niet voor niets wordt de Heilige Geest ook wel de Trooster genoemd.

Opdringerig

Vroeger moest ik niets hebben van mensen die op straat met hun geloof aan het leuren waren. Jehova’s getuigen, Hare Krishna’s, leden van de Scientology Kerk: ik moest er niets van hebben. Voor mij waren het allemaal opdringerige colporteurs die mij hun levensovertuiging probeerden aan te smeren. Daar was ik niet van gediend. Ik bepaalde zelf wel of en hoe ik wilde geloven; daar had ik anderen niet voor nodig. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit op straat Mormoonse zendelingen ben tegengekomen, maar als dat het geval was ben ik waarschijnlijk met een grote boog om hen heen gelopen.

Als iemand mij anderhalf jaar geleden zou hebben gezegd dat ik mij zou laten dopen in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, na daarover meerdere gesprekken te hebben gevoerd met twee zendelingen, had ik deze persoon waarschijnlijk voor gek verklaard.

Vóór mijn kennismaking met de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen had ik deze kerk waarschijnlijk als een sekte bestempeld. Dat wil zeggen: als ik van deze kerk had afgeweten, wat niet het geval was. Natuurlijk: de term “mormonen” kende ik wel, maar dat was iets uit de Verenigde Staten. Waarschijnlijk had ik de mormonen en de amish op één hoop gegooid: streng gelovige mensen die in boerderijen zonder elektriciteit leefden en zich nog per huifkar verplaatsten.

Inmiddels weet ik beter. Misschien is de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen volgens de letterlijke definitie een sekte (zie daarvoor bijvoorbeeld https://www.mormonisme.info/zijn-de-mormonen-een-sekte), maar ik kan inmiddels met mijn hand op mijn hart verklaren dat alles wat mensen normaal gesproken associeren met een sekte beslist niet van toepassing is op deze kerk. De meeste leden zijn ruimdenkende, verdraagzame mensen die zich niet bezighouden met misleiding en afpersing. Ook wordt leden geen strobreed in de weg gelegd als ze inactief willen worden of zelfs uit de kerk willen treden. Eigen verantwoordelijkheid staat hoog in het vaandel en van groepsdruk heb ik nog nooit iets gemerkt.

Maar hoe zit het dan met de zendelingen? Zijn dat inderdaad van die opdringerige types die je op straat lastig vallen omdat ze je koste wat het kost willen bekeren? Ook dat valt reuze mee. De meeste zendelingen zijn tussen de 18 en 21 jaar oud en hebben er zelf voor gekozen om anderhalf tot twee jaar van hun leven op te offeren om zich in te zetten voor de verspreiding van het Evangelie. Daarbij gaan ze niet zo vaak meer langs de deuren, zoals Jehova’s getuigen doen, omdat gebleken is dat er effectievere manieren zijn om mensen voor de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen te interesseren. Door middel van FaceBook bijvoorbeeld. Veel contacten worden tegenwoordig gelegd via social media.

Ik heb de zendelingen ervaren als beleefd en zeker niet opdringerig. Natuurlijk zullen ze proberen jou te overtuigen van hun geloof, maar dat gebeurt altijd met respect voor de mening van een ander. Ze houden zich niet alleen bezig met zendingswerk, maar doen bijvoorbeeld ook veel vrijwilligerswerk, zoals het zich inzetten voor de voedselbank. Ze trekken altijd op in groepjes van twee. De meeste ex-zendelingen kijken met warme gevoelens terug op hun zending en noemen het de beste jaren van hun leven. Een zending draagt ook bij aan het volwassen worden. Gedisciplineerd leven in een meestal vreemde cultuur, waarbij de nadruk wordt gelegd op naastenliefde en liefdadigheid: er zijn slechtere manieren om aan je volwassen leven te beginnen.

Over Plato, Augustinus en het voorbestaan

Voor mijn hobby-studie aan de Open Universiteit volg ik een vak Filosofie. Daar leer ik onder meer over Plato en Augustinus. Ik kom meer te weten over de herinneringstheorie van Plato. Plato ging er vanuit dat alle kennis die mensen in hun leven opdoen niets meer is dan het zich herinneren van ideeën die ieder mens al op een aangeboren manier in zijn of haar ziel bezit. Kennis, met andere woorden, vind je niet in de buitenwereld, maar in de binnenwereld (je bewustzijn). Wij herinneren ons beetje voor beetje wat wij al wisten voordat onze zielen op aarde waren.

De vroege kerkvaders, zoals Augustinus, lieten zich inspireren door Plato, maar hadden wel moeite met diens herinneringstheorie. Allemaal mooi en aardig, vonden zij, maar kennis vergaren kon alleen maar bij de gratie van God. Slechts door middel van een Goddelijk licht was het mogelijk om door te dringen tot ware kennis. Het idee van kennis die altijd al aanwezig was in de menselijke ziel en alleen maar herinnerd hoefde te worden, dat ging de vroege kerkvaders te ver. Volgens hen bestond de ziel ook nog niet voordat die werd geïncarneerd, zoals Plato geloofde.

De ideeën van Plato over het voorbestaan sluiten wonderwel goed aan bij wat leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen daarover geloven. Wij geloven namelijk in een voorsterfelijk leven. Dat is het leven vóór dit aardse leven, waarin wij als geesteskinderen bij God hebben gewoond. De profeet Jeremiah zei daarover al in het Oude Testament: (Jer. 1:4-5): “Voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u gekend.” En in de Parel van Grote Waarde lezen we in Mozes (Moz. 3:5) dat alle dingen geestelijk werden geschapen voordat ze op aarde waren. In Leer en Verbonden afdeling 93 tenslotte lezen we in vers 29: “De mens was eveneens in het begin bij God. Intelligentie, of het licht van de waarheid, is niet geschapen of gemaakt, en dat kan ook niet.

Het geloof in een voorsterfelijk leven is één van de pijlers van het mormonisme en wat mij betreft één van de mooiste concepten van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Het sluit intuïtief – nee, méér dan intuïtief, haast letterlijk – aan bij wat één van de grootste filosofen, Plato, vele duizenden jaren geleden al had aangevoeld. Ik vind het een prachtige en hoopvolle gedachten dat wij kinderen van God zijn, die ooit bij Hem waren en ook ooit weer bij Hem zullen terugkeren.

Een krachtig boek

Het Boek van Mormon is een krachtig boek. Ik herinner me nog dat ik, toen ik er voor het eerst in begon te lezen, een ontroering voelde die me herinnerde aan de tijd dat ik als kleine jongen mijn Kinderbijbel open sloeg. Het Boek van Mormon laat je niet onberoerd.

Het Boek van Mormon bevat delen van delen van kronieken van een eeuwenoude beschaving die door Mormon, de samensteller ervan (vandaar de naam) tot een bondig verslag zijn samengevat. Nou ja, bondig… Het Boek van Mormon bevat bijna 700 bladzijden, dus zo heel bondig is het nou ook weer niet. Na de dood van Mormon maakte zijn zoon Moroni het verslag af, waarna hij het verslag, dat was gegraveerd op gouden platen, verborg om het te beschermen in een woelige tijd.

Het boek van Mormon begint ongeveer 600 jaar voor Christus en eindigt ongeveer 400 jaar na Christus. Het omvat dus een tijdspanne van zo’n 1000 jaar. Een van de beschavingen die wordt beschreven kwam in 600 voor Christus vanuit Jeruzalem naar Amerika. De andere beschaving kwam nog veel eerder vanuit het Midden-Oosten naar Amerika. Je zou kunnen zeggen dat het Boek van Mormon trekjes heeft van zowel het Oude als het Nieuwe Testament.

In het Boek van Mormon wordt de sociale en politieke geschiedenis van deze samenlevingen beschreven. Tijden van voorspoed, tegenspoed, hoop en vertwijfeling wisselen elkaar af. En er wordt veel, héél veel gevochten. Lord of the Rings is er niets bij (overigens zijn er onderzoekers geweest die analogieën hebben ontdekt tussen beide boeken; er zijn zelfs mensen die beweren dat Tolkien zich heeft laten inspireren door het Boek van Mormon). Aan het begin van het Boek van Mormon zijn de Nephieten de good guys en de Lamanieten de bad guys. Aan het einde van het Boek is het hele volk zo verdorven dat er bijna geen good guys meer over zijn. Er is nog één last man standing, en dat is Moroni, die de geschiedschrijving van zijn voorouders veilig stelt.

Ondanks alle verwikkelingen, oorlogen en andere lezenswaardigheden wordt de kern van het Boek van Mormon gevormd door het bezoek van Jezus Christus, na zijn opstanding, aan de Nephieten. Dat is het kloppende hart van het Boek van Mormon, dáár gaat het echt over. In het Nieuwe Testament kunnen we lezen dat er drie dagen verstreken tussen de dood van Jezus Christus en Zijn opstanding. Veel Christenen hebben gespeculeerd over wat Jezus deed in die tijdspanne. Sommigen denken dat hij de geestenwereld heeft bezocht, of de ongelovigen, of allebei. Mormonen geloven dat Jezus Christus na Zijn opstanding de Nephieten bezocht heeft, en misschien ook andere volkeren waarover we ooit nog zullen leren.

Het Boek van Mormon is weliswaar samengevat door Mormon en Moroni, maar de onderliggende geschiedschrijving is gedaan door verschillende schrijvers. Nephi, Jacob, Enos, Alma, Helaman: ze hebben allemaal hun steentje bijgedragen. En het mooie is dat al die verschillende auteurs hun eigen stijl hanteerden. Zo schrijft Nephi, aan het begin van het Boek van Mormon, in een nogal directe en “simpele” stijl, terwijl Alma er veel later een bloemrijker taalgebruik op nahield. Het zijn trouwens dit soort details die mij al vrij snel deden beseffen dat het Boek van Mormon niet verzonnen kon zijn door Joseph Smith. Een ander detail is het subtiele verschil tussen de bergrede die Jezus hield in het Nieuwe Testament en de tempelrede die Jezus hield in het Boek van Mormon. Grotendeels komen de bergrede en de tempelrede met elkaar overeen, maar waar Jezus in de bergrede in de toekomende tijd sprak over Zijn lijden en kruisdood, deed hij dat in de tempelrede in de verleden tijd! Hij was immers al gekruisigd. Er zijn overigens nog meer verschillen tussen de berg- en de tempelrede, waar veel artikelen over zijn geschreven. Dat is misschien een interessant onderwerp voor een andere blogpost.

Voor een geschiedschrijving die meer dan 1500 jaar geleden is opgetekend, is het Boek van Mormon trouwens opvallend goed leesbaar. Een stuk leesbaarder dan het Oude Testament, naar mijn mening. Het Boek van Mormon is daarmee een redelijk toegankelijk boek, wat niet wil zeggen dat er geen ingewikkelde passages in staan.

Allemaal mooi en aardig, zou je kunnen denken, maar waarom zouden we het Boek van Mormon nodig hebben als we de Bijbel al hebben? Wat voegt het toe? Dat zijn mijns inziens hele goede vragen, waar ik voor mijn bekering lange tijd mee heb geworsteld. Laat ik vooropstellen dat er in het Boek van Mormon niets, maar dan ook helemaal niets staat dat haaks staat op de Bijbel. Veel Christenen beschouwen het Boek van Mormon als godslastering. Ik kan dat goed begrijpen. Als je ervan overtuigd bent dat de Bijbel volledig is, is alles wat daarnaast pretendeert het Woord van God te zijn blasfemisch. Het Boek van Mormon is echter een waardevolle aanvulling op de Bijbel. Niet voor niets luidt de ondertitel van het Boek van Mormon: “eveneens een testament aangaande Jezus Christus”, of (in oudere versies): “een getuige van Jezus Christus”. Het Boek van Mormon gaat hand in hand met de Bijbel. Daarnaast, en dat is heel belangrijk, herstelt het Boek van Mormon een aantal duidelijke en waardevolle waarheden die uit de Bijbel zijn verdwenen. Het Boek van Mormon is dus een belangrijke aanvulling op de Bijbel. Door het Boek van Mormon te bestuderen, wordt ook ons begrip en onze waardering van het Oude en het Nieuwe Testament vergroot. Daarover vertel ik later graag meer.

Het Boek van Mormon eindigt met een uitdaging. Bijna aan het einde verwoordt Moroni het als volgt (Moroni 10:4): “En wanneer u deze dingen ontvangt, spoor ik u aan God, de eeuwige Vader, in de naam van Christus te vragen of deze dingen niet waar zijn; en indien u vraagt met een oprecht hart, met een eerlijke bedoeling en met geloof in Christus, zal Hij de waarheid ervan aan u openbaren door de macht van Heilige Geest.

Het antwoord op bovenstaande vraag is voor alle leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen heel belangrijk en wordt getuigenis genoemd. Het is een antwoord dat alleen jij kan krijgen, op de manier die het beste bij jou past. En je krijgt alleen een antwoord als je de uitdaging ook daadwerkelijk aangaat. Ook ik heb mijn getuigenis ontvangen, waarover ik later graag meer vertel.

Dat direct vragen aan God op de momenten dat je twijfelt, komt overigens ook al in de Bijbel voor. Zo lezen we in het boek Jacobus 1:5 de volgende passage: “Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden”. Het was precies die passage die indruk maakte op de jonge Joseph Smith, die in verwarring was over de verschillende Christelijke stromingen in die tijd. Je had presbyterianen, quakers, baptisten, shakers, adventisten enz. Hoe moest Joseph Smith nu weten bij welke stroming hij zich moest aansluiten? Hij wendde zich direct tot God, en kreeg antwoord… in de vorm van het Boek van Mormon.