Augustinus en de kinderdoop: overleden kindertjes in de hel!?

Eerder heb ik in dit blog melding gemaakt van de kerkvader Augustinus. Ik ben meer over hem te weten gekomen tijdens de vakken filosofie van mijn hobby-studie aan de Open Universiteit. Ik zeg dit niet om interessant te doen (nou ja, dat hoop ik tenminste), maar omdat ik Augustinus zo’n boeiend figuur vind. Ik zie ook interessante raakvlakken met en vooral grote verschillen tussen de leerstellingen van Augustinus en die van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Augustinus leefde in een turbulente tijd, slechts een paar honderd jaar na Jezus Christus. Hij woonde in het Romeinse rijk, dat langzaam uit elkaar aan het vallen was. Aan de ene kant werd het Romeinse rijk van binnen uitgehold door corruptie en meningsverschillen, aan de andere kant lag het immense rijk onder vuur door hevige aanvallen van barbaarse legers uit het noorden. Lees Asterix & Obelix er maar op na. We weten allemaal dat het Romeinse rijk die interne en externe strijd niet heeft overleefd. Tegelijkertijd was het Christelijke geloof sterk in opkomst. Augustinus stond als het ware met één been in het Romeinse rijk (zijn vader was een Romeinse raadsheer genaamd Patricius) en met één been in het prille begin van de door en door Christelijke middeleeuwen (zijn moeder Mona was een vrome Christelijke vrouw). Augustinus bestudeerde de oude Grieken en Romeinen, maar bekeerde zich uiteindelijk tot het Christendom ten gevolge van een persoonlijke crisis. Hij worstelde zijn hele leven lang met een aantal vroeg-Christelijke vraagstukken (onder andere over de Drie-Eenheid, de erfzonde en de kinderdoop) en probeerde tijdens zijn leven een aantal theologische en filosofische conflicten met elkaar te verzoenen. Zijn denkbeelden zouden uiteindelijk de grondslag vormen van de Christelijke leer zoals die in de Middeleeuwen tot stand kwam en tot de dag van vandaag onze Westerse samenleving heeft doordesemd.

Over die kinderdoop wil ik het vandaag hebben. Augustinus staat bekend om zijn leer van de erfzonde, die kort gezegd inhoudt dat de mens door en door zondig wordt geboren en die zonde niet uit zichzelf van zich kan afschudden. Alleen Goddelijke genade kan ervoor zorgen dat de mens gered wordt. Over het onderwerp van de erfzonde verwijs ik naar mijn blogpost “Lang leve de appel!”. Augustinus zijn gedachten over de erfzonde hadden een heel vervelend bijproduct, namelijk het besef dat kleine kinderen al vanaf de geboorte belast zijn met diezelfde erfzonde. De mens is door en door slecht en Augustinus ziet bijvoorbeeld in het opstandig huilen van een baby al de symptomen van die slechtheid. Baby’s moeten dus gedoopt worden, alleen dan maken zij een kans om gered te worden. Maar, en nu komt het, dat besef brengt met zich mee dat kleine kinderen die sterven voordat zij worden gedoopt de eeuwige verdoemenis wacht. Volgens Augustinus was die verdoemenis weliswaar de minst zware vorm van verdoemenis (in vergelijking met de verdoemenis die volwassenen te wachten stond), maar toch. Eeuwenlang hebben Christenen geloofd dat jonggestorven kindertjes voor eeuwig zouden branden in de hel. Hun lichaampjes mochten dan ook niet in gewijde grond worden begraven. Ik heb dat beeld van kindertjes in de hel altijd een van de meest afschuwelijke aspecten gevonden van het Rooms-Katholieke geloof waarmee ik ben opgegroeid (hoewel in mijn tijd de scherpste kantjes er gelukkig wel van waren afgevijld).

In ongeveer dezelfde tijd als Augustinus leefde was er aan de andere kant van de wereld een man, genaamd Moroni, die de woorden van zijn vader, Mormon, optekende. Mormon ontving deze woorden, waar geen woord Spaans bij zat, als openbaring van God. Na de barbaarse leerstellingen van Augustinus klinken ze mij als muziek in de oren.

In Moroni hoofdstuk 8, verzen 8 en 9 staat geschreven: Luister naar de woorden van Christus, uw Verlosser, uw Heer en uw God. Zie, Ik ben in de wereld gekomen niet om rechtvaardigen, maar om zondaars bekering toe te roepen; de gezonden hebben geen geneesheer nodig, maar zij die ziek zijn; welnu, kleine kinderen zijn gezond, want zij zijn niet in staat om zonde te bedrijven; daarom is de vervloeking van Adam van hen weggenomen in Mij, zodat die geen macht over hen heeft; en in Mij is de wet van de besnijdenis weggedaan. En op deze wijze openbaarde de Heilige Geest mij het woord van God; daarom weet ik, mijn geliefde zoon, dat het ernstige spotternij is voor het aangezicht van God om kleine kinderen te dopen.

En in Moroni hoofdstuk 8, vers 12 staat: Maar kleine kinderen zijn levend in Christus, ja, vanaf de grondlegging van de wereld; zo niet, dan is God een partijdig God, en ook een veranderlijk God en een aannemer des persoons; want hoeveel kleine kinderen zijn er niet zonder de doop gestorven!

Tot slot in Moroni hoofdstuk 8, vers 15: Want vreselijk is de goddeloosheid om te denken dat God het ene kind behoudt wegens de doop, en dat het andere verloren moet gaan omdat het niet is gedoopt.

Deze uitspraken laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Als leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen geloven wij dat elk mens dat wordt geboren van nature goed is, en dicht bij God staat. Naarmate wij mensen ouder worden groeit niet alleen onze keuzevrijheid, maar ook de verleiding en de beproevingen die op ons pad komen. Voor elk mens is het mogelijk om terug te keren tot God, niet uit genade, maar door zelf te groeien en door het zoenoffer van Jezus Christus, die onze zonden uitwist als wij ons bekeren. Kindertjes staan dicht bij God, zijn niet in staat om te zondigen (of beter gezegd: het wordt hen door de verzoening van Jezus Christus niet aangerekend) en hoeven dus ook niet te worden gedoopt.

Hoe staat het dan met volwassenen die sterven voordat zij worden gedoopt? Ook daar valt heel veel over te zeggen, en raakt aan onze leer van de doop voor de doden. En nee, dat houdt niet in dat wij onze doden opgraven om hen te dopen, zoals sommige mensen denken. Het onderwerp dood voor de doden bewaar ik voor een andere blogpost.

Gepubliceerd door René van de Meerakker

Actuaris. Schrijver. Lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Plaats een reactie