
Eerst zien, dan geloven, zo luidt het bekende gezegde. Dat dacht ook Thomas, één van de apostelen van Jezus, aan wie we de uitdrukking “ongelovige Thomas” te danken hebben. Ondanks het feit dat hij jaren lang intensief met Jezus had opgetrokken, en in die periode diverse wonderen had gezien, reageerde hij vol ongeloof toen hij hoorde dat Jezus uit de dood was opgestaan (Johannes 20:25-29). Hij zei: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in Zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in Zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Toen Jezus hem een week later uitnodigde om precies dát te doen, was Thomas met stomheid geslagen en kon hij niet meer uitbrengen dan: ‘Mijn Heer, mijn God.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Toen ik overwoog om lid te worden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en me te laten dopen, worstelde ik net als Thomas met mijn ongeloof. Ik geloofde in Jezus Christus en had dat sinds mijn kindertijd gedaan, waarbij periodes van onwankelbaar geloof en vertrouwen waren afgewisseld door periodes vol twijfel en scepsis. Vooral rond mijn pubertijd had de scepsis zich ontwikkeld tot een veelkoppig monster dat bij tijd en wijle van zich liet horen. Als het slecht met me ging, wilde dat monster me laten geloven dat mijn misère het bewijs was dat God niet bestond; als het goed met me ging, voedde dat monster mijn arrogantie door me te laten denken dat ik mijn succes volledig aan mezelf te danken had.
Ik wilde me wel laten dopen, maar moest ik daarvoor niet zeker weten dat God bestaat? Mijn vrouw heeft voordat ze zich liet dopen een sterke getuigenis ontvangen van God en dat leek mij ook wel wat. Eerst zien (of in het geval van mijn vrouw: heel sterk voelen), dan geloven. Ik ging zelfs zo ver dat ik in mijn gebeden God verzekerde van mijn trouw – onder de voorwaarde dat Hij eerst van zich liet horen. Ik weet niet wat ik precies verwachtte, maar een paar bliksemschichten aan de hemel of de brandende braamstruik die Mozes te zien kreeg: dat leek mij wel wat.
Maar God laat zich natuurlijk geen voorwaarden opleggen, en al helemaal niet door mij. God is geen instant goochelaar die op verzoek zijn trukendoos openmaakt. Geloven doe je namelijk op basis van je vertrouwen in God, niet op basis van “bewijs”. Meestal laat God dan ook geen tekens zien om mensen te laten geloven, nee, het is omgekeerd: pas als mensen geloven, zien ze wonderen. Het komen tot geloof heeft daarmee iets van een vicieuze cirkel: je wil pas geloven als je geen twijfel meer hebt, maar als je twijfelt, zul je nooit tot geloof komen.
Hoe doorbreek je die vicieuze cirkel? Bij mij gebeurde dat doordat ik de cirkel zag. Geholpen door de Heilige Geest werd ik mij er met een schok van bewust dat ik vast zat in die vicieuze cirkel en dat God van mij verwachtte dat ik Hem zou vertrouwen. Vervolgens wist ik uit de vicieuze cirkel te breken door ervoor te kiezen om te geloven.
Het is o zo menselijk om eerst te willen zien om dan pas te geloven. Beter sceptisch dan goedgelovig en naïef zijn, toch? Het verhaal van Thomas spreekt ons zo aan omdat het zo herkenbaar is. Zijn geloof is onvolkomen. Het is menselijk, wordt voortdurend aan het wankelen gebracht door twijfel en schiet te tekort. Zijn geloof schreeuwt om bewijs. Thomas is ook zo sympathiek omdat hij zich niet beter voordoet dan dat hij is. Hij steekt zijn twijfel niet onder stoelen of banken, ondanks al die jaren dat hij een trouwe metgezel is geweest van Jezus. En hij was niet de enige.
Begin 1832 besloot Ezra Booth, een methodistisch predikant te Kirtland, zich te laten dopen toen hij er getuige van was geweest hoe Joseph Smith op wonderbaarlijke wijze de arm van Booth’s vriendin, Elsa Johnson, genas. Dat leek Ezra Booth ook wel wat. Maar toen na zijn bekering de wonderen die híj kon verrichten uitbleven, raakte hij teleurgesteld en haakte hij af. Binnen slechts enkele maanden tijd verloor hij zijn geloof en begon hij kritiek op Joseph Smith te uiten. Daarmee werd hij de eerste afvallige binnen de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Zijn ongeduld en zijn gebrek aan nederigheid bleken groter te zijn dan zijn geloof.
Petrus liep over het water naar Jezus toe, maar werd zich opeens bewust van het water en de harde wind en begon te zinken. Ook zijn geloof bleek niet onfeilbaar. Hoe ging Jezus hiermee om? Net als bij Thomas, die hij niet veroordeelde, maar tot wie hij slechts zei: ‘Wees niet langer ongelovig, maar geloof’ reikte Hij ook Petrus Zijn hand en trok hem uit het water. Jezus erkent dat twijfel mag. Twijfel maakt geloven een menselijke ervaring, en dat is OK. Twijfel hoort erbij.
Het is echter wel belangrijk wat je léért van je twijfel. Blijf je erin hangen of kom je in actie en wend je je tot God? Soms moet je gewoon erkennen dat twijfel een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van je geloof. Maar vervolgens moet je wel door je twijfel héén geloven, om vervolgens te ervaren dat die twijfel nergens voor nodig was. Zo heb ik mijn eigen, persoonlijke getuigenis alsnog ontvangen, maar pas nadat ik ervoor had gekozen om de eerste stap tot geloof te zetten.
In Leer & Verbonden 63, verzen 8-12 staat het volgende geschreven:
Voorwaar, Ik zeg u: Er zijn er onder u die tekenen zoeken, en dezulken zijn er zelfs vanaf het begin geweest; maar zie, geloof komt niet door tekenen, maar tekenen volgen hen die geloven. Ja, tekenen komen door geloof, niet door de wil van mensen, noch zoals het hun belieft, maar door de wil van God. Ja, tekenen komen door geloof en voeren tot machtige werken, want zonder geloof is geen mens God welgevallig; en in hem op wie God vertoornd is, heeft Hij geen welgevallen; daarom toont Hij zulke mensen geen tekenen, tenzij in verbolgenheid tot hun veroordeling. Daarom heb Ik, de Heer, geen welgevallen in degenen onder u die naar tekenen en wonderen hebben gezocht omwille van geloof, en niet omwille van het welzijn van de mensen tot mijn eer.
Ook Moroni heeft gezegd (Ether 12:18): ‘En niemand heeft ooit wonderen verricht dan na zijn geloof.’
Waarom gebeuren er soms wonderen, maar vaak ook niet? Waarom genezen sommige mensen op wonderbaarlijke wijze en gaan andere mensen dood? Waarom gaan goede mensen dood? Waarom gaan jonge mensen dood? Waarom maken goede mensen slechte dingen mee? Ik heb natuurlijk geen antwoord op deze fundamentele vragen, maar ik weet wel dat het soms de wil van God is dat deze dingen gebeuren. Waar het dan op aankomt, is dat wij de kracht en het geloof hebben om deze dingen te accepteren. Soms moeten wij gewoon aanvaarden dat God iets anders voor ons in petto heeft dan wij zelf verwachtten.
‘Kom dan van het kruis af,’ riep een menigte ongelovigen naar Jezus terwijl ze hem uitjouwden (Mattheüs 27:40). Als iemand in staat was om op miraculeuze wijze van het kruis af te komen, was het wel Jezus. Maar hij wist dat God iets anders met hem van plan was en had de kracht om zich aan Zijn wil te onderwerpen, tot aan de dood toe.
Verwacht ook niet dat wonderen er altijd voor zorgen dat mensen geloviger worden. Laman en Lemuel zagen een engel van God nadat zij hun broers met een stok hadden geslagen (1 Nephi 3: 29), maar beterden zij daardoor hun leven? De engel was nog niet vertrokken, of zij begonnen al weer te mopperen. Er waren vele wonderen die voorafgingen aan de komst van Jezus naar Amerika, maar slechts vier jaar later begon het volk al te morren en gingen de mensen die de tekenen en wonderen toch echt met hun eigen ogen hadden gezien, zich steeds minder verbazen over wonderen en gingen zij steeds meer twijfelen aan alles wat zij hadden gehoord en gezien. Het sleutelwoord is hier verbazen. Als je ophoudt je te verbazen, zal onze getuigenis voortdurend verzwakken en onze band met God minder worden.
En er is zo veel om je over te verbazen in deze wereld! Soms zijn we ons van veel wonderbaarlijke dingen niet eens meer bewust, omdat we er te dicht met onze neus bovenop zitten. De Franse schrijver Marcel Proust heeft ooit gezegd dat de enige echte ontdekkingsreis in ons leven niet bestaat uit het zoeken naar nieuwe landen, maar uit het krijgen van nieuwe ogen. Hij heeft ook gezegd dat de mens die wil waarnemen en de dingen alleen van buiten ziet, niets ziet.
Mijn bekering, die een her- en erkenning was van de kracht van God in alles om me heen, was één van de grootste wonderen in mijn leven en ik hoop me daar nog lang over te kunnen verbazen.
opnieuw knap geschreven rene. je hebt zeker een talent om dit zo te kunnen verwoorden. ik ben ook verbaasd over de kennis die je reeds hebt.
LikeLike
Dank je, Hylke!
LikeLike