Anachronismen in het Boek van Mormon

Toen ik voor het eerst begon te lezen in het Boek van Mormon, werd ik heen en weer geslingerd tussen twee tegenstrijdige emoties. De ene emotie was blijdschap: als het waar was wat ik las, was Jezus Christus inderdaad op aarde geweest, iets wat ik als kind vol overtuiging had geloofd, maar sinds mijn puberteit steeds vaker was gaan betwijfelen. De andere emotie was dan ook scepsis en had te maken met dat woordje “als”. Als het waar was wat ik las… Maar wat nou als het niet waar was?

Ik begon het Internet af te grazen naar alles wat ik kon vinden over het Boek van Mormon. Ik vond veel enthousiaste verhalen, maar die waren bijna allemaal afkomstig van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, dus die nam ik met een grote korrel zout. Dat “Heiligen der Laatste Dagen”… dat klonk sowieso al als de naam van een sekte, voor mij een reden te meer om uiterst kritisch te zijn op alles waar deze Kerk enthousiast over was. Het was gewoon te mooi om waar te zijn, hield ik mijzelf voor. Jezus Christus die na Zijn opstanding een volk in Zuid- of Midden-Amerika (de geleerden zijn het er niet over eens welk werelddeel het precies is geweest) had bezocht: kom nou toch. Ik was toch zeker te oud om in sprookjes te geloven?

Ik stuitte op websites waarin werd gesteld dat het Boek van Mormon wemelde van de anachronismen. Geen wonder, dacht ik, als een Amerikaan uit de negentiende eeuw het boek uit zijn duim had gezogen. Ik kwam erachter dat de door mij bewonderde Amerikaanse schrijver Mark Twain het Boek van Mormon “chloroform in print” had genoemd. Dat woog zwaar voor mij. Wat ook zwaar woog, was dat de Vlaamse filosoof Maarten Boudry, waar ik altijd graag naar luister, in het hoofdstuk ‘Bovennatuurlijke luchtkastelen’ in zijn Boek ‘Illusies voor Gevorderden’ over Joseph Smith schreef: ‘In het openbaringsverhaal van het mormonisme (vijftien miljoen volgelingen wereldwijd) verbergt de engel Moroni gouden platen onder de grond en toont hij ze later aan de profeet Joseph Smith die ze in een hoed stopt samen met een magische steen. Wanneer hij zijn hoofd vervolgens in de hoed steekt, kan hij de geheime boodschappen op de gouden platen ontcijferen. Zoals in de uitspraak die aan de christelijke auteur Tertullianus (ca. 160-230) wordt toegeschreven: ‘Credo quia absurdum’, ik geloof omdat het absurd is. Hoe gekker de illusies, hoe liever dus.’ Au, dat deed pijn.

Ondertussen vorderde ik gestaag met het Boek van Mormon en raakte ik steeds meer onder de indruk van de kracht en de complexiteit ervan. Ik las steeds meer passages die mij erg aanspraken, onder andere over de zondeval en de rol van het kwaad in de wereld. Onderwerpen die naar mijn mening door de Rooms-Katholieke Kerk, waarmee ik was opgegroeid, nooit bevredigend waren uitgediept. Voor mij was het bijna niet te geloven dat een jongeman van begin twintig, Joseph Smith, die volgens zijn moeder niet eens in staat was om een fatsoenlijke brief te schrijven, het Boek van Mormon zou hebben verzonnen. Maar ja, dan las ik weer op Internet dat er vóór Columbus helemaal geen paarden op het Amerikaanse continent voorkwamen, terwijl Joseph Smith er toch echt een paar heeft genoemd in het Boek van Mormon. Zie je wel, dacht ik. Zwendel. Bedrog. Hetzelfde gold voor ijzer en staal: die worden verschillende keren genoemd in het Boek van Mormon, terwijl veel geleerden beweren dat er geen enkel bewijs is dat er in de oudheid in Amerika ijzer werd gehard om staal van te maken.

Nu moet u weten dat ik wetenschap hoog in het vaandel heb staan. Als iets in tegenspraak is – of lijkt – met de moderne wetenschappelijke inzichten, dan heb je aan mij een harde noot om te kraken. Dan valt het niet mee om mij ervan te overtuigen dat iets tóch waar is. Maar aan de andere kant… ik geloofde ook dat Jezus op het water kon lopen en mensen uit de dood kon laten herrijzen. Dat is nou niet bepaald in overeenstemming met de moderne wetenschappelijk inzichten. Maar dat is iets anders, hield ik mijzelf voor. Jezus Christus, die was buitencategorie. Die hoefde niet wetenschappelijk verklaard te worden. Maar paarden die zonder wetenschappelijke onderbouwing rondhuppelen op een plek waar ze niet geacht worden rond te huppelen, daar had ik moeite mee.

Al snel kwam ik erachter dat mijn kritische houding sterk werd aangemoedigd in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Niet voor niets noemt de Kerk potentiële bekeerlingen “investigators” (onderzoekers). Onderzoeken, kritische vragen stellen, met een open geest de waarheid tegen het licht houden: het wordt allemaal van harte toegejuicht. Daarin onderscheidt deze geloofsgemeenschap zich van andere geloofsgemeenschappen, waarin het stellen van kritische vragen meestal niet wordt aangemoedigd of zelfs afgeraden.

Nu, bijna anderhalf jaar nadat ik begon te lezen in het Boek van Mormon, kan ik stellen dat al mijn twijfels en bezwaren over zogenaamde anachronismen zijn weggenomen. Een website die mij daar heel erg mee heeft geholpen is http://www.mormoneninfo.be van Wilfried Decoo, emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de Brigham Young University. Door te lezen, te onderzoeken en vooral veel zelf na te denken zijn al mijn bedenkingen inmiddels weggenomen.

Is mijn geloof daarmee in een gespreid bedje terecht gekomen en is er dan helemaal geen ruimte meer voor twijfel? Nee, natuurlijk niet. Of het nu gaat om vermeende anachronismen of de gevolgen van de evolutietheorie zoals opgesteld door Charles Darwin: voor elk feit is er wel een tegenfeit, voor elke zekerheid een nieuwe twijfel. Maar ondertussen groeit per saldo mijn geloof, niet (zoals Maarten Boudry stelt) omdat het absurd is, maar ondanks alles ogenschijnlijke absurditeiten waar het leven nu eenmaal vol mee zit. Veel beweringen kunnen net zo hard verdedigd worden als betwist, en dat is maar goed ook. God heeft ons keuzevrijheid gegeven, maar dan moet er natuurlijk wel wat te kiezen zijn. Geloof vereist moed, onderzoek, actie, gebed en zal er nooit voor zorgen dat je rustig achterover kunt leunen in de wetenschap dat alles nu wel duidelijk is. En, heel belangrijk: Satan zal jou er voortdurend van proberen te overtuigen dat je geloof op drijfzand is gebouwd.

Uiteindelijk gaat het erom dat je gelóóft, in plaats van dat je steeds bezig bent te weerleggen waarom je niet zou geloven.

Maar hoe zit het dan met die paarden?

Ik heb verschillende verklaringen gelezen, maar één die voor mij uiteindelijk het meest overtuigend – en ook het eenvoudigst – was, was die van de Amerikaanse geleerde Hugh Nibley. Hij stelt dat bij een aantal dierennamen uit het Boek van Mormon, net zoals bij het gebruik van het woord “staal” overigens, sprake is van een taalkundig probleem van omzettingen. Nibley gaat er van uit dat vertalers (in dit geval dus Joseph Smith) dierennamen gebruiken die hun vertrouwd zijn, als er geen equivalent in de eigen taal beschikbaar is. Net zoals Middeleeuwse reizigers die terugkwamen uit Azië met verhalen over paarden, die in werkelijkheid kamelen of dromedarissen bleken te zijn. Zo kunnen de paarden die Joseph Smith in zijn vertaling van het Boek van Mormon noemt in werkelijkheid lama’s of alpaca’s geweest zijn, dieren waarvan we met zekerheid kunnen stellen dat ze wél voorkwamen in het Amerika van die tijd.

Een andere verklaring is dat hier sprake was van paard-achtigen die dicht bij uitsterven stonden aan het begin van onze jaartelling (het Boek van Mormon vermeldt geen paarden meer vanaf 30 n.C.). Van deze paard-achtigen zijn fossielen gevonden. Nog een andere verklaring stelt dat wij bij het woord “paard” tegenwoordig denken aan de grotere soorten die de Spanjaarden vanaf de zestiende eeuw naar Zuid-Amerika brachten, maar dat er ook al lang voor de komst van de Europeanen kleinere, bontgekleurde paarden (pinto’s) werden gebruikt door de inheemse bevolkingen.

Overigens is het opvallend dat “paarden” in het Boek van Mormon maar zeer beperkt voorkomen, en dat op zich geeft al te denken. Een negentiende-eeuwse schrijver, die er verder niet over zou hebben nagedacht en achteloos paarden in het Boek van Mormon zou hebben geïntroduceerd, had die waarschijnlijk ook ten tonele gevoerd op de ettelijke slagvelden die het Boek van Mormon telt. Dat dat niet het geval is, vergroot dus de geloofwaardigheid van het Boek van Mormon.

Voor mij in ieder geval wel.

Gepubliceerd door René van de Meerakker

Actuaris. Schrijver. Lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Plaats een reactie