
Dit is misschien wel mijn meest persoonlijke blogpost. Het gaat over de mooiste muziek die ik ken, die ik beluisterde op één van de meest ontroerende momenten uit mijn leven. Dat was zowel een muzikale als een religieuze ervaring, reden waarom ik deze tekst op mijn beide blogs zet (één blog over mijn liefde voor muziek en één blog over mijn geloof).
Het was eind 2019, een gewone doordeweekse dag. Ik had een moeilijk jaar achter de rug. Mijn relatie was na ruim vierentwintig jaar verbroken, met alle pijnlijke emoties die daarbij horen. Gelukkig was ik onlangs een nieuwe vrouw, Yanina, tegengekomen, die de liefde van mijn leven bleek te zijn. Ik was verliefd, en niet zo’n beetje ook. Ik kwam net terug van Eindhoven, waar Yanina woonde, en het was al laat. Ik had ruim een uur in de auto gezeten, maar ik was nog niet moe en besloot nog even naar wat muziek te luisteren. Het was donker in huis, maar ik nam niet de moeite om de lampen aan te doen. Ik zette het vijftiende strijkkwartet van Beethoven op. Ik genoot van de muziek, maar pas bij het derde deel (molto adagio) gebeurde er iets bijzonders. Ik kende het strijkkwartet, maar nog niet zo goed. Maar dat veranderde op dat moment. Als aan de grond genageld luisterde ik naar het adagio, alsof de noten nu pas in hun volle omvang tot me doordrongen. Voor het eerst realiseerde ik me de zeggingskracht van deze bijzondere muziek. Het was alsof Beethoven dit adagio speciaal voor mij had geschreven.
Daar, in het donker, liet de muziek mij iets realiseren waarvan ik weliswaar mijn hele leven een vermoeden had gehad, maar wat ik ik al die tijd een beetje van me af had gehouden. Het was een simpele, maar krachtige waarheid. God bestaat, en hij heeft je lief. De muziek getuigde zo sterk van die waarheid, dat ik daar vanaf dat moment nooit meer aan heb getwijfeld. Ik had het Boek van Mormon nog niet gelezen en het zou nog een vol jaar duren voordat ik zou worden gedoopt in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, maar dat God bestond en van mij hield, dat stond voor mij vanaf dat moment als een paal boven water. God sprak via Beethoven tot mij en liet mij weten dat de dingen OK waren, ondanks alles wat ik het afgelopen jaar had meegemaakt.
Het adagio van het vijftiende strijkkwartet in a van Ludwig van Beethoven heet officieel: Canzona di ringraziamento. Heiliger Dankgesang eines Genesenden an die Gottheit, in der lydischen Tonart: Molto Adagio. Dat is een hele mond vol, waarbij een paar woorden opvallen.
Allereerst de uitdrukking canzona di ringraziamento of Dankgesang. In het Nederlands simpelweg: danklied. Het langzame deel heet niet voor niets zo. Tijdens het componeren van zijn vijftiende strijkkwartet, in maart 1825, werd Beethoven ernstig ziek, zo ziek zelfs dat hij vreesde voor zijn leven. Beethoven had vermoedelijk een ontsteking van de ingewanden en werd door zijn dokter op een strikt dieet gezet, zonder wijn, koffie en kruiden. Ook verbood de dokter Beethoven om ‘s nachts te werken, iets wat de componist tot dat moment vaak en graag deed. In mei was Beethoven weer voldoende opgeknapt om naar het kuuroord Baden te reizen. Uit dankbaarheid voor zijn genezing noemde hij het zeer langzame deel (molto adagio) uit zijn strijkkwartet een Heiliger Dankgesang eines Genesenden an die Gottheit. De muziek roept het beeld op van een zieke die uiteindelijk dankzij God geneest en uit dankbaarheid voor zijn herwonnen levenskrachten een danklied aanheft. Eigenlijk is het stuk één lang gebed, iets wat heel duidelijk blijkt uit de woorden die Beethoven gebruikt (Dankgesang en Gottheit).
Verder valt op dat het stuk is geschreven in der lydischen Tonart, oftewel: in de zogenaamde lydische toonladder. De lydische toonladder is één van de zeven hoofdkerktoonsoorten zoals die in de westerse muziek worden gebruikt. Je kan de lydische toonladder horen door op een piano vanaf de F een octaaf omhoog te spelen op alleen de witte toetsen. Er zit een overmatige kwart in, die je ook kunt horen in bijvoorbeeld het beroemde Maria uit de West Side Story van Bernstein (de sprong die de zangeres maakt tussen “ma” en “ria”). Veel mensen ervaren de lydische toonsoort als opbeurend, alsof de ziel naar een hoger niveau wordt getild. Dat past dus heel goed bij het gevoel van genezing en dankbaarheid.
Het molto adagio is een meditatieve overpeinzing van bijna twintig minuten lang, maar het lijkt oneindig lang te duren – en dat bedoel ik in positieve zin. Het is diepe, abstracte muziek, waarbij begrippen als “ruimte” en “tijd” volledig lijken te zijn verdwenen. Het is “moeilijke” muziek, in die zin dat de muziek zijn geheimen pas prijs geeft na herhaaldelijk en intensief luisteren. Op het eerste gehoor lijkt het stuk geen aanstekelijke melodieën te bevatten, maar als je de moeite neemt om het stuk meerdere keren te beluisteren nestelen de langgerekte, zangerige lijnen zich in je muzikale geheugen als kostbare juwelen en doe je niets liever dan het stuk de hele dag door stilletjes voor je uit neuriën. De muziek schuurt nu eens door de vele dissonanten, en is dan weer gloedvol als een steen die lang in de zon heeft gelegen. Er zijn weinig muziekstukken die mij telkens opnieuw tot tranen toe weten te ontroeren, maar dit adagio is er één van. Het is verbijsterende muziek! Als ik slechts één muziekstuk zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland, dan zou het dit danklied zijn.
Terwijl ik dit schrijf, besef ik weer eens hoe moeilijk het is om een muzikale ervaring in woorden te vangen. Woorden als “mooi” en “verbijsterend” doen totaal geen recht aan het scala van emoties dat Beethoven weet op te roepen. Het knappe vind ik dat Beethoven niet vervalt in overdreven retoriek, wat hem vergeven zou zijn na het herstel van zijn levensbedreigende ziekte. De toon van de muziek is daarentegen sereen en beheerst. Beethoven schildert een objectief relaas van het overwinnen van een tragedie zoals die in ieder mensenleven kan voorkomen, zonder pathos of zelfmedelijden, maar daardoor des te krachtiger. Ik vraag me af of God ooit op een mooiere manier is bedankt.
Genezing en dankbaarheid, hoe toepasselijk waren die woorden voor mij, daar in die donkere woonkamer, op dat cruciale moment in mijn leven. Ik had veel pijn en verdriet meegemaakt, maar voelde nu ook vreugde en dankbaarheid omdat God zo’n geweldige vrouw op mijn pad had gestuurd.
Diepe, religieuze ervaringen kunnen iedereen op een andere manier overkomen. De een voelt zich dicht bij God als hij op een zomerse avond aan het strand naar een zonsondergang kijkt, de ander ervaart hetzelfde bij het kijken naar een dierbaar schilderij. Voor mij was het luisteren naar dat weergaloos mooie dankgebed van Beethoven de meest overrompelende religieuze ervaring uit mijn leven.
God bestaat. Hij houdt van mij. Het is OK.