
Toen ik voor het eerst geïnteresseerd raakte in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, begon ik niet alleen te lezen in het Boek van Mormon, maar speurde ik ook het Internet af, op zoek naar informatie over deze Heiligen der Laatste Dagen en wat hen dreef. Ik kwam er toen achter dat er misschien wel net zo veel pro-mormoonse websites zijn als anti-mormoonse. Ja, u leest het goed: er zijn mensen die hele websites hebben opgezet met als doel om het ongelijk aan te tonen van de Heiligen der Laatste Dagen. In mijn zoektocht naar de waarheid heeft alles geholpen, dus ook het bestuderen van de anti-mormoonse websites, maar vreemd vond ik het wel. Ik heb nooit begrepen waarom sommige mensen zo fel zijn in het bestrijden van andere religies. Mijn devies is altijd geweest: draag uit wat je wél gelooft, in plaats van te bestrijden wat je niet gelooft. En ik heb altijd een hekel gehad aan al te dogmatische opvattingen. Dat is ook precies de reden geweest waarom ik georganiseerde religies het grootste deel van mijn leven links heb laten liggen.
De meeste aanhangers van een religie, en dat geldt ook voor de Heiligen der Laatste Dagen, geloven dat hun religie de ware religie is. Daar is op zich niets mis mee. Maar het gaat verkeerd als die volle overtuiging van je eigen geloof gepaard gaat met een gebrek aan respect voor mensen die iets anders geloven, of niet geloven.
Ik kan wel stellen dat ik, sinds ik lid ben geworden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, heb ontdekt dat er weinig religies zo tolerant zijn als deze Kerk. Dat komt omdat wij ons realiseren dat wij niet de enige mensen zijn, die zijn geïnspireerd door God. Ofschoon wij overtuigd zijn van de waarheid van onze kerk, geloven wij dat er waarheid schuilt in andere religies en filosofieën. Die open houding weerspiegelt zich ook in artikel 11 van onze geloofsartikelen: “Wij eisen het goed recht de almachtige God te aanbidden volgens de stem van ons eigen geweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen aanbidden hoe, waar of wat zijn willen.” Ik vond dat een verademing.
Wij geloven dat alle mensen kinderen zijn van onze Hemelse Vader, ongeacht hun geloof. Omdat wij weten dat er waarheid schuilt in andere religies, zullen wij die religies nooit als concurrenten beschouwen, of erger nog: als “verkeerd” bestempelen. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werkt dan ook veel samen met andere kerken, bijvoorbeeld tijdens de hulpverlening bij humanitaire rampen. Na de dodelijke aanslagen in Nieuw-Zeeland heeft onze kerk in 2019 ook geholpen om de beschadigde moskeeën te herbouwen en te renoveren. President Nelson zei bij die gelegenheid: “We zijn broeders.”
Wij geloven dat Gods heilsplan geldt voor niet-gelovigen en gelovigen, en ook voor mensen die nog nooit van Jezus Christus hebben gehoord. Wij geloven dat niet-gelovigen en mensen die tijdens hun leven nooit in aanraking zijn gekomen met Jezus Christus na hun dood de gelegenheid zullen krijgen om het Evangelie van Jezus Christus alsnog te leren kennen. En dat ze alsnog in de gelegenheid zullen worden gesteld om dat Evangelie te aanvaarden of te verwerpen.
Daarnaast realiseren wij ons heel goed dat wij niet alles weten! Sterker nog: er is misschien wel meer dat wij niet weten dan dat wij wél weten. Wij moeten ernaar streven ons geloof voortdurend te plaatsen in een bredere religieuze context, om te voorkomen dat we in een isolement leven en geloven. In een isolement is het namelijk moeilijk om te begrijpen waarom we geloven wat we geloven.
Dat alles brengt met zich mee dat we niet moeten oordelen of kritiek moet hebben op anderen. We leren dat we van iedereen moeten houden, ongeacht hun ras, geaardheid of religie. Als iemand vertelt over zijn geloof, dan probeer ik te luisteren in plaats van hem te overtuigen van zijn ongelijk. Als iemand ronduit zegt: ik heb gelijk en jij hebt ongelijk, dan blokkeert dat bij voorbaat de dialoog. En die dialoog is hard nodig. Om tot een goede dialoog te komen zullen we respect moeten hebben voor de mening van een ander, en zullen we moeten onderzoeken of er waarheid schuilt in die mening. Alleen dan kun je groeien door nieuwe ideeën te accepteren en oude los te laten.
Ik wil graag afsluiten met de woorden van onze profeet, Joseph Smith. Hij zei het volgende: “While one portion of the human race is judging and condeming the other without mercy, the Great Parent of the Universe looks upon the whole of the human family with a fatherly care and paternal regard; He views them as His offspring, and without any of those contracted feelings that influence the children of men.”
Een mooiere oproep tot tolerantie kan ik me niet voorstellen.