
Er is zo veel om over te schrijven als beginnende blogger en lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Dat wist de grondlegger, Joseph Smith, ook toen hij in 1842 een brief schreef aan John Wenthworth, de eigenaar van de krant Chicago Democrat. Die brief was een reactie op de vraag van een van de vrienden van Wenthworth, die een artikel aan het schrijven was en meer wilde weten over het mormonisme. De brief eindigde met een passage, die later bekend werd onder de naam “Geloofsartikelen”. Daarin wilde Joseph Smith de belangrijkste punten van het geloof op een rijtje zetten. Je zou het een management samenvatting kunnen noemen, al betwijfel ik of ze dat woord in de negentiende eeuw al kenden. Hieronder neem ik de complete tekst van deze Geloofsartikelen op.
Over deze Geloofsartikelen valt heel veel te zeggen, maar ik noem alvast een paar zaken die er voor mij uit springen.
Allereerst: “wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn eigen zonden en niet voor Adams overtreding”. Vrijwel alle Christelijke kerken onderschrijven het zogenaamde leerstuk van de erfzonde: zelfs kleine kinderen zijn al verdorven omdat Adam en Eva van de verboden vrucht aten. Ik heb dat altijd een moeilijk te accepteren leerstuk gevonden. Gelukkig veegt Joseph Smith hier de vloer mee aan. Elk mens is verantwoordelijk voor zijn eigen daden, niet voor die van zijn voorouders.
Dan: “wij kennen alle mensen het recht toe om te aanbidden waar, hoe of wat zij willen”. Ik vind dat een heerlijk liberale en tolerante uitspraak.
En tot slot mijn favoriet: “wij geloven alles, wij hopen alles, wij hebben veel verdragen en hopen alles te kunnen verdragen. Als er iets deugdzaam, lieflijk of eerzaam of prijzenswaardig is, dan streven wij dat na”. Ik hou van de positiviteit die uit deze passage spreekt, vooral uit de laatste zin. Een zin om je aan vast te klampen, ook al snap je nog heel veel dingen in het leven niet. Die zin werkt als een toetssteen: als iets goed is, dan komt het van God, en is het het nastreven waard.
DE GELOOFSARTIKELEN
VAN DE KERK VAN JEZUS CHRISTUS VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN
HOOFDSTUK 1
1 Wij ageloven in bGod, de eeuwige Vader, en in zijn cZoon, Jezus Christus, en in de dHeilige Geest.
2 Wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn aeigenzonden en niet voor bAdams overtreding.
3 Wij geloven dat door de averzoening van Christus de gehele mensheid kan worden bgered door cgehoorzaamheid aan de dwetten en verordeningen van het eevangelie.
4 Wij geloven dat de eerste beginselen en averordeningen van het evangelie zijn: ten eerste, bgeloof in de Heer Jezus Christus; ten tweede, cbekering; ten derde, ddoop door onderdompeling tot evergeving van zonden; ten vierde, fhandoplegging voor de ggave van de Heilige Geest.
5 Wij geloven dat iemand van Godswege moet worden ageroepen, door bprofetie en door chandoplegging van hen die daartoe het dgezag bezitten, om het evangelie te eprediken en de fverordeningen ervan te bedienen.
6 Wij geloven in dezelfde aorganisatie die in de vroegchristelijke kerk bestond, namelijk: bapostelen, cprofeten, dherders, leraars, eevangelisten enzovoort.
7 Wij geloven in de agave van btalen, cprofetie, dopenbaring, evisioenen, fgezondmaking, guitleg van talen enzovoort.
8 Wij geloven dat de aBijbel het bwoord van God is, voor zover die juist is cvertaald; wij geloven ook dat het dBoek van Mormon het woord van God is.
9 Wij geloven alles wat God heeft ageopenbaard, alles wat Hij nu openbaart, en wij geloven dat Hij nog vele grote en belangrijke dingen aangaande het koninkrijk van God zal bopenbaren.
10 Wij geloven in de letterlijke avergadering van Israël en in de herstelling van de btien stammen; dat cZion (het nieuwe Jeruzalem) op het Amerikaanse continent zal worden gebouwd; dat Christus persoonlijk op aarde zal dregeren; en dat de aarde zal worden evernieuwd en haar fparadijselijke gheerlijkheid zal ontvangen.
11 Wij eisen het goed arecht de almachtige God te aanbidden volgens de bstem van ons eigen cgeweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen daanbidden hoe, waar of wat zij willen.
12 Wij geloven onderdanig te moeten zijn aan koningen, presidenten, heersers en magistraten, door het gehoorzamen, eerbiedigen en hooghouden van de awet.
13 Wij geloven aeerlijk te moeten zijn, trouw, bkuis, welwillend, deugdzaam, en cgoed te moeten doen aan alle mensen; ja, we mogen zeggen dat we de daansporing van Paulus volgen: wij geloven alles, wij ehopen alles, wij hebben veel verdragen en hopen alles te kunnen fverdragen. Als er iets gdeugdzaam, liefelijk, of eerzaam of prijzenswaardig is, dan streven wij dat na.
Joseph Smith.